Headline

< terug

Als tiener, bidt Florian (NSN) vooral ‘in geval van nood’ en voelt hij zich tegelijk vaak schuldig als hij een tijdje niet bidt. Op zijn 17e realiseert hij zich dat hij God nodig heeft en dat hij van Hem wegglijdt als hij het roer niet omgooit. Florian deelt hoe dit verder is gegaan en waarom hij nu zo enthousiast is over 'quality time' met God en bidden voor (en met) vrienden en dispuutgenoten.

Van 'nood-optie' naar een koffietje
‘Gebed betekent voor mij quality time met God. Net zoals je met iemand een koffietje kan drinken. Dit is absoluut niet altijd zo geweest. Vroeger was het meer een 'nood-optie'. Dan was er regelmatig ineens een week voorbij dat ik niet gebeden had en dacht: 'Ik heb God nodig.' Dat gaf een schuldgevoel.

Rond mijn 17e/18e begon ik bidden meer serieus te nemen. Ik voelde dat ik kon kiezen om van God weg te glijden, of het te veranderen. In die tijd gebeurden om me heen dingen waarvan ik zeker wist: dit is God geweest! Daarom ben ik ook meer gaan overleggen met God: ‘Wat wilt u dat ik doe?’ Ik gaf mezelf en mijn keuzes over aan Hem. 

Als ik nu bid, dank ik vooral heel veel en ik leg dingen in Gods handen. Ook herinner ik mezelf tijdens het bidden aan zijn Woord. Ik heb vaste tijden: in de ochtend, de avond en voor het eten. Dat is heel prettig, want het bepaalt de koers van mijn dag. Als ik bid, dan uit zich dat ook in wat ik doe. Het geeft focus: ‘Waar doe ik het allemaal voor en voor Wie doe ik het?’

Het beste wat je kan doen
‘Jezus vraagt van ons om voor de ander te bidden. Wij mannen denken vaak oplossingsgericht, maar mensen willen gehoord worden. Voor anderen bidden is een perfecte manier om te laten weten dat je iemand gehoord hebt. Ik zeg regelmatig na een gesprek: ‘Ik zal voor je bidden.’ Vaak heb ik geen oplossing. Het bij God brengen, is het beste wat ik voor hen kan doen. 

Voor mijn dispuut hoop ik dat gebed steeds meer genormaliseerd wordt. Dat we aan het einde van een gesprek voor elkaar kunnen bidden. In de vriendschappen waarin dat kan, draagt het ontzettend bij.’

Laagdrempelige ontmoetingen
‘Hoe je tegen gebed aankijkt, bepaalt heel veel. Gebed is voor mij laagdrempelig; ik kan het op elk moment doen. Als dat voor jou niet zo is, kies dan een plek waar jij goed met God kunt zijn. Een soort ontmoetingsplek met God. En kies één of twee tijden dat je bidt.

Als ik even alleen ben en merk dat mijn gedachten alle kanten op gaan, dan probeer ik het meteen even met God te bespreken. Ook al weet ik niet precies hoe ik het moet verwoorden. Als je dat een paar keer hebt gedaan, dan wordt het steeds makkelijker. Een vader vindt het gewoon hartstikke leuk om met een kind te praten, ongeacht wat het kind zegt!’


Interview door: Philinde van Selm