Headline

< terug

“The Word became flesh and blood, and moved into the neighborhood” - Johannes 1:14 (MSG). 
 
Het blijft een dwaas verhaal: Jezus, onze koning, als een baby die poept en plast. Onze God die zomaar rondwandelt in je eigen stad of dorp.
Het is bijna blasfemie. Het is bijna niet wenselijk, een God zo dichtbij, zo menselijk.
 
Elk jaar blijft dit kerstverhaal mij fascineren, uitdagen en puzzelen. Maar bovenal helpt het me om steeds opnieuw te leren kijken. Te zoeken naar de hemel hier op aarde.
 
God koos een simpele buurt en een simpel gezin uit om bij te gaan wonen. Het gewone was voor hem niet minderwaardig, te aards of te laag-bij-de-grond. Nee, onze God woont graag te midden van onze rommel. Met zijn komst laat Hij ons anders kijken en opent onze ogen voor het feit dat alles heilig is. Alles is door God aangeraakt. Het gewone wordt door Hem omarmd. Dat was al zo vanaf het begin. Kerst herinnert ons opnieuw aan deze waarheid: “We bear the divine through the ordinary” (Richard Rohr).

Ik loop soms door mijn eigen buurt en denk: Wat als toen nu zou zijn? Zou ik Hem herkennen? Wat als onze aardbeienverkoper stiekem Jezus is? Wat als de caissière bij de supermarkt opeens opgezocht wordt door een aantal wijzen uit het oosten? Wat als het baby’tje van onze buren de Messias blijkt te zijn?  
 
Opeens wordt mijn wijk de plek waar het kan gebeuren. Elke dag opnieuw. De plek waar het alledaagse heilig wordt en het heilige alledaags. De plek waar Jezus woont en leeft.
 
Ik wens je een kerst met ruime ogen, want daar waar je het niet verwacht, daar wordt Jezus geboren.
 
Anita Pals