Headline

< terug
Door Therese Visser ’t Hooft

Traditioneel of progressief, trouwe krantenlezer of schrijnend niet geïnteresseerd in politiek, Sims of FIFA, zwart of wit, bier of Bijbel; gescheiden denken, doen we het niet allemaal?

Hokjes, vakjes 
Onder het genot van een goede kop koffie (Je bent koffieliefhebber of je bent het niet), sprak ik met een vriendin over hoe men vaak identiteit haalt niet uit wat je wél bent maar juist uit wat je niet bent. Je bent bijvoorbeeld geen carnivoor of je bent écht niet zoals je ouders en gaat dat later heel anders doen als je ooit eigen kroost hebt.

Door een scheiding aan te brengen tussen ons en de ander plaatsen we onszelf als het ware in een groep mensen – theedrinkers, rationele denkers, muziekliefhebbers - waar we ons mee kunnen identificeren en een groep waar we dat niet mee doen. Dit hokjesdenken is hartstikke natuurlijk en maakt bijvoorbeeld dat we ons verbonden voelen met de vereniging, het dispuut en de jaarclub waar we deel van zijn. Maar soms vraag ik me af of we dit niet te ver doortrekken? Alles moet in een bepaald vakje passen of een bepaalde stempel krijgen. Door (on)bewuste uitspraken als ‘dit is een meer serieuze commissie’ en ‘na het dispuutshalfuur gaan we nu door naar het gezellige deel van de avond’, blijkt mijns inziens dat we misschien scheiding aanbrengen in gebieden waar dat helemaal niet zou hoeven. 


Afzonderlijk en verbonden
Vanuit mijn f.t. vakgebied, de geneeskunde, zie je dat men voor een lange periode lichaam en geest van elkaar scheidde en bestond er het idee dat wat er mentaal gezien in je hersenpan gebeurt, geen invloed op je lichaam heeft en vice versa. Door simpele dingen als het placebo-effect weten we inmiddels dat dit wel degelijk zo is: slechts het geloven dat je een medicijn hebt gekregen maakt al dat je lichaam zich naar de werking van het desbetreffende medicijn gaat gedragen. Lichaam en geest, dat wat je ziet en dat wat je niet ziet maar wel weet of voelt, zijn afzonderlijke dingen maar absoluut verbonden. 

Waarom zou God erbij zitten wanneer we een theetje drinken tijdens kring, maar buiten de deur wachten als we aan de bar staan? 

God bij het afwassen 
Geldt dit op grotere schaal niet ook? Is de scheiding tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke, de scheiding tussen gezellig en geestelijk, de scheiding tussen bier en Bijbel er eigenlijk wel? Waarom zou God erbij zitten wanneer we een theetje drinken tijdens kring, maar buiten de deur wachten als we aan de bar staan? Zou Jezus van Nazareth niet een wijntje met ons meedoen? En waarom zou dispuutshalfuur of een viering niet ook een gezellig hoogtepunt kunnen zijn van de week?

Wanneer we hier een scheiding aanbrengen, beperken we niet alleen onszelf van meer diepgang en genieten, maar ook ons perspectief van wie God is. De schepper van hemel en aarde, is immers net zo aanwezig bij het afwassen als bij de bijbelstudie, geniet van solosessies aanbiddingsmuziek zingen in je kamer, maar ook van je slechte grappen bij het kampvuur (een persoonlijke opluchting). 

Mag je gesprek, onder het genot van een koud glas bier, net zo diep zijn als je Bijbel, en je van je Bijbel, je leven met God, net zo genieten als je bier? 

Wat als wij het zijn die de scheiding in stand houden of loslaten?