< terug

Ik ben oma. Ik weet het, ik ben nog maar 34 jaar oud, dus je vraagt je mogelijk af hoe ik dat voor elkaar heb gekregen.

Ik bedoel niet een biologische oma, maar een geestelijke oma. In de afgelopen 10 jaar heb ik de eer gehad om in veel jonge meiden te investeren en met hen op te trekken als een geestelijk moeder. Deze dames heb ik aangemoedigd om zelf bewust door te geven wat ze leren en te investeren in een ander. En zo ben je ineens op je 34e oma en mogelijk zelfs overgrootoma ;-).

Beweging

In mijn vorige blog heb ik beschreven dat LEF een beweging stimuleert van geestelijke generaties van arbeiders die doorgeven wat ze zelf geleerd hebben. Hier zit een doorgaande beweging in: Je ontvangt zelf in je relatie met God en mag van hieruit doorgeven.

In deze blog meer over dat creëren van arbeiders die arbeiders creëren of discipelmakers die discipelmakers vormen.

Een van de plekken in de Bijbel waar ik dezelfde beweging zie is in Johannes 17.
 

Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar de mensen die u mij hebt gegeven. (9)
Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. (20)

Hier zie je Jezus bewust onderscheid maken tussen ‘de mensen die God aan hem toevertrouwd heeft’ en ‘de wereld’. Hier zie je hem specifiek voor deze groep discipelen bidden en dat niet alleen maar ook voor allen die door de verkondiging van deze discipelen in Jezus gaan geloven. Het is echt een prachtig hoofdstuk, dus ik raad je van harte aan om er eens echt in te duiken en het een week lang te lezen in je stille tijd.

Als je dan met mensen oploopt en doorgeeft wat je zelf ontvangt, hoe creëer je dan arbeiders?
Drie tips:
 

1. Maak expliciet wat jij doet

Een stap die je gemakkelijk vergeet is om expliciet te benoemen wat je intentie is achter deze relatie. Mijn mentorees weten wat ik doe en waarom. Ik licht toe dat ik in hen investeer, zodat zij licht kunnen brengen daar waar ze zijn.

Ik stimuleer hen om door te geven wat ze zelf hebben ontvangen en om ook degene die aan hen zijn toevertrouwt aan te moedigen om uit te delen. Ze zijn allemaal onderdeel van een grote familie die al start bij Abraham.

Het klinkt simpel, maar vergeet niet om te vertellen wat je doet en waarom je doet wat je doet.
 

2. Zoek naar hoe en waar zij kan doorgeven

Iedereen met wie jij optrekt komt op plaatsen waar jij niet komt. Op school, op werk, bij familie en vrienden. Jezus weet dat zijn discipelen mensen gaan bereiken die hij niet kan bereiken.

Breng met je tieners en mentorees in kaart wie God aan hen toevertrouwt.Stimuleer ze om bewust te kiezen waar zij gaan doorgeven. En opnieuw: vertel waarom je ze daarin stimuleert. En zoek met ze naar hoe ze dat doorgeven handen en voeten kunnen geven.

Breng in kaart in wie zij (kunnen) investeren en zoek en bidt samen over hoe ze kunnen doorgeven.
 

3. Bid voor haar en voor wie God haar toevertrouwt

Lees samen Johannes 17 en bid net als Jezus bidt. Niet één keer, maar meerdere keren. Met één mentoree bid ik standaard ook voor degene met wie zij optrekt, in wie zij investeert. Ik ken ook haar ‘kinderen’. En ik zoek met haar mee hoe ze hen leert om God te volgen.

Bid met haar voor haar en voor degene die door haar verkondiging groeien als discipel(maker),

Waar zet jij de beweging voort die God al generaties geleden begonnen is? Waar geef jij door wat jij ontvangen hebt en waar leer je anderen om datzelfde te doen? Dat is de grote beweging waar we allemaal onderdeel van zijn. Stap jij in?



Deze blog is geschreven door Hanneke van der Meer. Hanneke is trainer en coach bij LEF. Ze heeft een daarnaast een eigen bedrijf waar ze ondernemende vrouwen coacht en traint bij de start van hun eigen onderneming. Ze houdt van mensen, lezen, koken en opruimen.

(Fotocredit: Ian Schneider)