< terug

Februari is tienerbreinmaand bij LEF! Naarmate er steeds meer bekend wordt over het brein van tieners en pubers, leren we praktische dingen die ons helpen in het jeugdwerk. Leid je een club met 12-jarigen op dezelfde manier als een club van 16-jarigen? Houd je altijd vast aan dezelfde structuur? Hebben tieners van 13 en 17 hetzelfde nodig van een jeugdleider? Mijn collega Roy Vogelaar schreef al een blog over het brein en deze maand duiken we dieper in het tienerbrein, aan de hand van het boek ‘Het Tienerbrein’ van Jelle Jolles.

Verandering

Mijn vrouw en ik zijn twee en een half jaar geleden begonnen met het leiden van een jeugdclub. De tieners die kwamen waren rond de 12 jaar. Inmiddels zijn ze 14 à 15 jaar en de club nu is een wereld van verschil in vergelijking met toen. Ik ben zelf iets veranderd, maar de tieners hebben de grootste verandering ondergaan. En die verandering blijft zich doorzetten. En dat heeft alles te maken met het brein!

Rond ons 10e zijn de hersenen al goed gegroeid. Je zou het kunnen vergelijken met een huis waarvan de fundamenten, kelder en begane grond klaar en bewoonbaar zijn. De 1e en 2e verdieping zijn pas ‘af’ rond het 25e levensjaar. Jelle Jolles schrijft dat elke jongere door 3 fases gaat in de adolescentie, die te maken hebben met de ontwikkeling van het brein. Elke fase heeft zijn eigen kenmerken, die we beschrijven. Daarna kijken we naar wat je ermee kunt in je jeugdwerk.
 

1. Vroege adolescentie (10-14 jaar)

Kenmerkend voor deze fase is dat het de tiener vooral nog gaat om ‘ik’. Vriendschappen worden gesloten op basis van eigenbelang en iets is leuk als de tiener er plezier aan heeft. Hij vindt het erg moeilijk om keuzes te maken omdat hij totaal nog niet de consequenties kan overzien van een beslissing. Het brein kan nog niet niet-relevante informatie onderdrukken, waardoor de tiener op elke prikkel reageert en dus snel is afgeleid. Zijn eigen emoties zijn het belangrijkst en op basis daarvan kiest hij ook.
 

2. Midden-adolescentie (14-17 jaar)

Het verschil met de vorige fase is de invloed van leeftijdsgenoten. Waar de tiener eerst keuzes maakte op basis van eigenbelang en emotie, gaat het nu vooral om goedkeuring van de groep. Als mijn vrienden het cool vinden, doe ik het. Tieners hier zijn extreme sensation seekers – ze zijn heel gevoelig voor spanning en beloning. Hierdoor neemt de tiener ook veel risico’s. Consequenties overzien is nog een stap te ver. Het maken van een planning lukt met moeite voor een dag maar niet voor een week, laat staan een maand.
 

3. Late adolescentie (17-25 jaar)

In deze fase leert de jongere steeds meer om de gevolgen van bepaalde keuzes te overzien. Zijn zelfinzicht en –reflectie nemen toe waardoor leren en planmatig handelen steeds beter gaan. Goedkeuring van vrienden zijn nog wel belangrijk maar hij kan steeds meer weerstand bieden aan die sociale druk. Niet alleen maar een beslissing nemen op basis van emotie maar in samenwerking met de ratio. Wat gebeurt er als …? Het vermogen om zichzelf in te leven in anderen begint in deze fase ook toe te nemen.
 

Wat kan ik ermee?

Terug naar de club waar ik jeugdleider van ben. Wat heb ik aan bovenstaande informatie in de praktijk? Wat kan ik ermee? Elke fase vraagt van mij als jeugdleider net een andere manier van omgaan met de tiener(s):

Vroege adolescentie
  • Geef positieve stimulans en bevestiging – straf en afkeuring hebben weinig effect
  • Tieners in deze fase hebben grote behoefte aan structuur! Laat zien wat je gaat doen die avond en wat ze kunnen verwachten
  • Maak het persoonlijk – wat heeft elke tiener er aan. Dan houden ze de aandacht erbij
  • Sta vooral boven de tiener. Geef inzicht in consequenties van bepaalde keuzes, dat kunnen ze zelf niet overzien
Midden-adolescentie
  • Tieners leren in deze fase door doen! Ga geen lange bijbelstudies houden, maar wees actief.
  • Wees een motivator en inspirator! Geef richting en vertrouwen aan de tiener
  • Maak het gezamenlijk – laat een tiener samen met vrienden iets doen
  • Sta naast de tiener. Waar in de vorige fase de tiener nog goed luistert naar autoriteit, is dat nu niet meer het geval. De tiener luistert naar vrienden, mensen die naast hem staan en niet boven
Late adolescentie
  • Geef de jongere zelf verantwoordelijkheid, dat verhoogt de betrokkenheid
  • Laat jongeren met elkaar discussiëren en geef je eigen mening ook. Omdat de tiener gevolgen overziet is een discussie een erg goede manier om te leren van elkaar. En hij vindt het ook leuk!
  • Als jeugdleider zou je in deze fase zelfs onder de tiener kunnen gaan staan. Stel vragen als: wat vind jij zelf? En waarom vind je dat? Dit stimuleert en daagt uit!
Als jeugdleider heb je te maken met tieners die op allerlei gebieden nog volop in ontwikkeling zijn. Eén van die gebieden, die al de andere aanstuurt, is onzichtbaar: het brein. Door aan te sluiten bij waar de tiener zich bevindt help je hem zichzelf te ontwikkelen, bouw je relatie op en kun je daarin Gods liefde zichtbaar maken!

Deze blog is onderdeel van de Tienerbreinmaand van Navigators LEF. In deze post vind je alle blogs over het tienerbrein op een rijtje.

Deze blog is geschreven door Hans Sikkema. Hans heeft passie voor Jezus & jongeren en geeft dat handen en voeten als tienerwerker in de baptistengemeente Veenendaal. Hij is getrouwd met Ilse-Marije en houdt van gezelligheid, lezen en een goed potje FIFA. Hans werkt als trainer bij LEF.