< terug

Een van de thema’s waar LEF de komende tijd mee aan de slag gaat, gaat over rust en leefstijl. Rust is een onmisbaar onderdeel van werk. Wat ons echter vaak dwars kan zitten, in ons leven of jeugdwerk, is dat we niet de rust (tijd) ervaren om prioriteit te geven aan de belangrijke dingen. Rust, ritmes, seizoenen zijn allemaal door God in de schepping gelegd, omdat we het nodig hebben. Het verhaal van twee poolreizigers kan je helpen.

Het is oktober 1911, Antarctica

Roald Amundsen (Noor) en Robert Falcon Scott (Brit) zetten beiden de eerste ijzige stap in hun grote droom: de Zuidpool bereiken. Ze hadden elk hun eigen expeditie, ideeën en voorbereiding. Beiden wilden vooral eerder op de Zuidpool zijn dan de ander.

Als Scott na een barre tocht op de Zuidpool aankomt, vindt hij een lege reservetent. Daarin een boodschap van Roald Amundsen en een brief voor de Noorse koning voor het geval Amundsen de terugreis niet overleeft. Amundsen had gewonnen. De brief is later gevonden op het bevroren lichaam van Scott. Hij en zijn bemanning kwamen om bij de terugreis. Amundsen kwam met zijn hele team levend terug.

Het verhaal wordt aangehaald in het boek Great By Choice van Jim Collins. Later bleek dat de tocht van Amundsen nog slechtere omstandigheden kende dan die van Scott. Amundsen had echter een paar keuzes gemaakt die hem uiteindelijk het beslissende voordeel gaven.
 

Wat leren we van Amundsen?

Het grote verschil tussen Scott en Amundsen was dat de eerste op basis van de omstandigheden zo ver mogelijk probeerde te komen. De ene dag ging hij verder dan de andere en zo kwam hij met horten en stoten vooruit. Door steeds zo ver mogelijk te willen komen, kwam hij met zijn team in een patroon van vermoeidheid en onvolledig herstel terecht.

Amundsen maakte een andere keus: We doen elke dag 20 tot 30 mijl. Op slechte dagen 20, niet minder. Op goede dagen 30, niet meer. Iedereen wist waar hij aan toe was: elke dag 20 mijl was de ondergrens. Amundsen hield hier met een fanatieke discipline aan vast. Ook wanneer de verleiding groot was om eens lekker door te pakken en 40 of 50 mijl te lopen.

Discipline is een consistente actie. Iets dat je bepaald hebt en lang vol kunt houden. Als je bouwt aan iets groots, een grote droom, een gezonde beweging in je jeugdwerk of in de kerk, heb je een doel en discipline nodig. Ik wil je helpen met twee recente psychologische inzichten over discipline.
 

1. Omzeil je wilskracht met gewoontes

Nieuw gedrag aanleren kost tijd en wilskracht. Je moet nieuw gedrag willen en dat kost kracht. Wilskracht is echter niet oneindig. Het is meer een batterij die leeg kan raken. Elke keuze die je maakt kost wat energie. Op een gegeven moment is je wilskracht op en krijg je moeite met kiezen.

Wat blijkt nou: je kunt het gebruik van je wilskracht omzeilen. Namelijk door een gewoonte te maken van je gewenste gedrag. Het is dan niet meer een dagelijkse keus, maar een eenmalige. Dan gebruikt elke keus geen energie meer uit je wilskrachtbatterij. Je bereikt vaker, sneller en makkelijker je doel.

Amundsen hoefde niet elke keer weer te kiezen of hij door zou gaan en hoe ver. Zijn gewoonte stond vast en kiezen ging daarom makkelijker. Ik zelf heb vaste momenten ingepland waarop ik sport. Een ritme waarin ik niet nadenk over óf ik ga sporten, hooguit wát ik ga doen.
 

2. Behoud je motivatie met een simpele ondergrens

Als je ergens mee bezig bent, heb je pieken in je motivatie. Als je in die motivatiegolf de lat net iets te hoog legt, dan zul je vaak net wel of net niet je gewenste gedrag laten zien. Dan is de nieuwe gewoonte net iets te moeilijk en worden we inconsequent. Daarom is het wijs zo simpel mogelijk te beginnen. Met een kleine gewoonte. Zo kun je kleine dingen lang volhouden en bereik je meer dan als je de lat te hoog legt.

Amundsen wist dat 20 mijl een ‘makkelijke’ ondergrens was, die motivatie zou opleveren en vasthouden.
Een voorbeeld voor het jeugdwerk: Stel je doel is “Echte en open relaties bouwen”
  • Te intensief voornemen: “Ik wil alle jongeren elke dag zien”
  • Te makkelijk voornemen: “Elke kwartaal de jongeren zien”
  • Meer haalbaar voornemen: “Elke maand elke jongere uit mijn groep iets persoonlijks vragen/ appen”
  • Of ook “Elke dag 5 minuten bidden voor je jongeren”
Nadenken over ritmes, gewoontes en een ondergrens vergroten rust in je leven en helpen je gedisciplineerd je doel te bereiken. Of dat nou de Zuidpool is, of vernieuwing voor je jongeren!
 

Vragen

  • Welke kleine gewoonte (20-mijl-loop) zou in je eigen leven/team/jeugdwerk behulpzaam zijn?
  • Wat is een mooi ritme en een simpele ondergrens voor in je eigen leven/team/jeugdwerk? Bespreek deze met je team, maar bijvoorbeeld ook met nieuwe jeugdleiders. Zij moeten weten wat de ondergrens is, wat er van hen wordt verwacht.
Deze blog is geschreven door Tirza Roor. Tirza vult haar leven met daadkracht, hartstocht en bewustzijn. En met goede koffies, triatlon en hechte vriendschappen. Want: “Het leven is ingewikkeld eenvoudig!” Ze werkt als trainer bij LEF aan het ontwerp en de inhoud van de Learning Community.


(Fotocredit: Dennis Rochel, een reconstructie op Antarctica van de tent die Amundsen achterliet. De oorspronkelijke is inmiddels waarschijnlijk meters diep onder sneeuw en ijs verdwenen.)