< terug

“Jij wordt het!” Het kan natuurlijk dat je bij het idee van mentor zijn meteen al aan iemand denkt waar je graag mee zou optrekken. Iemand die je al kent en waar je meer in zou willen investeren. Misschien iemand in wie je iets ziet en voor wie je graag een mentor zou willen zijn. Het kan ook zijn dat je nog geen idee hebt.

De manier waarop het contact ontstaat, kan heel verschillend zijn. Jij kunt zelf iemand vragen, iemand vraagt jou, of iemand anders (bijvoorbeeld een jeugdouderling of jeugdwerker van je kerk) wil iemand aan jou koppelen.
Je hebt het verlangen gekregen om met een jongere op te trekken, je ziet de nood, je voelt de bewogenheid, maar nu moet je nog iemand vinden. Hoe pak je dat aan? Loop in ieder geval deze 4 vragen eens door.

1. Wat zegt God?

Voor alle manieren geldt: kies bewust! In het maken van die keuze is de belangrijkste stap gebed. “Heer, wilt U iemand op mijn pad brengen? Geef mij open ogen voor iemand in wie ik kan investeren. Is deze jongere iemand met wie ik zal gaan optrekken?” God kan hierover tot je spreken  door je met zijn Geest een sterke innerlijke overtuiging te geven. Maar Hij kan ook helpen door goed advies, je gezonde verstand en omstandigheden.
 

2. Ervaar je een klik?

Vaak is er een bepaalde klik in je mentorrelatie. Dat kan zijn op inhoudelijke onderwerpen, karakter, maar ook bepaalde interesses. Misschien wil je allebei meer leren over leiderschap in de Bijbel. Of over het bouwen van een gezonde relatie. Misschien houd je allebei van dansen. Of is er een situatie waarbij je graag wilt ondersteunen, zoals echtscheiding bij de ouders, verslaving of studiekeuzestress.

Er kan een klik zijn omdat je gelooft dat een jongere past in wat jij aan het doen bent in het Koninkrijk van God. Of andersom: omdat je denkt dat je de ander kunt helpen groeien in een eigen droom of missie. Als je elkaar nog niet kent, kost het vaak een paar afspraken om te kijken of deze klik er is. Plan na de eerste drie afspraken een evaluatiemoment in om concreet te kijken of jullie het samen zien zitten om door te gaan.
 

3. Wil de ander leren?

Sta open voor de jongere en wees gevoelig voor waar de ander staat en naar verlangt. Jullie wijden je aan elkaar toe. Vraag de ander daarom in hoeverre hij of zij zelf ook wil leren en daar de tijd voor wil nemen. Jullie zullen allebei de ander toelaten in je leven en hem of haar een kijkje ‘achter de  schermen’ geven. Het is prachtig om van elkaar te kunnen leren. En daarom van groot belang vooraf uit te spreken dat jullie daar allebei voor gaan.
 

4. Ben je de juiste?

In de mentorrelatie is het belangrijk duidelijk te zijn over de verwachtingen. Ben jij de juiste persoon om de ander te begeleiden in zijn groei of vraag? Durf duidelijk te zeggen wat jij wel en niet kan  bieden. Vraag de ander vooraf ook eens na te denken wat die van jou verwacht. Als je deze dingen hebt besproken, komen jullie er samen vast wel uit of dit een match is of niet.

Is het een ‘go’, plan dan een eerste gesprek. Dan neem je de tijd voor verdere kennismaking en afspraken. We wensen en bidden je een mooie relatie toe!

Heb jij jongeren in je omgeving in wie je wilt investeren? Zijn er jongeren met wie je een klik hebt? Bid ervoor en zet de eerste stap! Meer weten over mentor zijn? Download ons gratis e-book ‘Maak verschil: word mentor’.