< terug

Rond het onderwerp ‘hoe maak ik mijn geloof concreet’ delen we graag de ervaringen en verhalen van mensen uit de praktijk. Gewoon zoals jij en ik. Die op maandag naar hun werk gaan naar een plek waar niet aan je gevraagd wordt hoe je gebedsleven ervoor staat. Maar we willen niet alleen leren van mensen uit onze tijd, maar ook van bijbelse personen en mensen uit geschiedenis. Tijdens IMPACT Queeste kwam Jozef voorbij, dus we beginnen bij hem.

Drie lessen die ik van Jozef leer zijn:
  1. Ik laat het idee los dat mijn carrièrepad voorspelbaar, logisch of maakbaar is
  2. Overal waar ik ben kan ik God dienen
  3. Roeping gaat niet alleen over je toekomst, maar over vandaag

Ik laat het idee los dat mijn carrièrepad voorspelbaar, logisch of maakbaar is

We lezen niet hoe vaak Jozef terugdenkt over de dromen die hij in zijn jeugd had. We lezen niet of hij daaruit conclusies trok over zijn toekomst. En verwachtingen had over de route daar naartoe. Ik ben nogal een planner. Het schijnt een grote eigenschap van ons Nederlanders te zijn en ik herken dat zeker. Wanneer ik kijk naar de weg tussen de dromen van Jozef, waarin zijn familie voor hem buigt, en zijn positie als onderkoning, is de route niet zo lineair en stapsgewijs als ik zelf zou bedenken. Hij gaat van favoriete zoon en gehate broer naar slaaf. Van slaaf naar beheerder over het hele huishouden van een topfunctionaris in het Egyptische rijk. Van beheerder naar gevangene. Van gevangene naar toezichthouder over alle gevangene. Van toezichthouder naar onderkoning. Even zijn CV op een rijtje is dat niet een logisch carrièrepad. Dat is wel wat wij graag zien. Het opbouwen van je CV voor de beoogde positie is wel iets dat mensen soms bewust doen. En daar heb ik geen oordeel over, ik zie alleen wat anders bij Jozef. Die observatie zet vraagtekens bij mijn lineaire denkwijze, met een perfect opgebouwde CV. Dat zet vraagtekens bij het zelf maken van je carrière. Zeker wanneer je dat samen met God doet.  


Overal waar ik ben kan ik God dienen

Wij kennen het verhaal en dat geeft ons ook een mankement. We lezen het namelijk vanuit de wetenschap dat hij uiteindelijk positie als onderkoning gaat dragen. Dat God door hem zijn gekozen volk beschermd tegen de hongersnood. Het gevolg van die kennis is dat alles in dat licht komt te staan. Alles draagt bij aan, of is ten dienste aan die roeping. 

Wat gebeurd er als je dat loslaat? 
Als je blanco instapt in een verhaal waar iemand net als slaaf is verkocht. Hij had een goed leven. Was onderdeel van een vermogende familie en had ineens niets meer. Geen zeggenschap over zijn eigen leven. Hij werd het eigendom van de ander en alles wat hij deed was niet voor eigen gewin, maar ten dienste van de groeiende rijkdom van een Egyptenaar. Als we alleen deze scene nemen, zonder te weten waar hij uiteindelijk terecht komt dan zien we iemand die zich inzet voor zijn meester. Die zoekt naar manieren om een goede beheerder te zijn. Die meebeweegt met de gunst van God middenin een onmogelijke situatie. 

Of stel we nemen de scène waarin hij opnieuw is gevallen van zijn positie. En zit in de gevangenis. Ik weet niet hoe een gevangenis er toen uitzag, maar ik denk dat het redelijk donker en troosteloos was. Ook hier zien we een Jozef die ging dienen toen hij in gunst kwam van de gevangenbewaarder. 
Is dat wat hij hier doet alleen goed als tussenstation? Of is dat wat hij doet als beheerder over het huishouden van Potifar en dat wat hij doet als toezichthouder over de gevangenen ook van waarde? 


Roeping gaat niet alleen over je toekomst, maar over vandaag

Als ik met mensen praat over roeping en over Gods doel met je leven dan praten we vaak over dat wat nog komen gaat. Je hoopt een soort idee te krijgen over waar God je uiteindelijk naartoe brengt. Maar is dat wel een relevante vraag? We zien niet dat Jozef die vraag stelt. Jozef is daar waar hij is en doet dat wat hij kan op die plek.

Als je wilt weten waar God je voor roept kan en mag je vragen om zicht op die toekomst. Bij Jozef leer ik een tweede vraag: Nu ik hier ben: wat kan ik doen? Waar zie ik uw gunst? 
Van Jozef leer ik dat roeping niet alleen gaat over de toekomst, maar ook over vandaag. Ik weet niet wat mijn toekomst brengt. Ik weet wel (deels) wie ik vandaag ga ontmoeten. Ik weet wel wat nu mijn verantwoordelijkheden zijn. Mijn gebed gaat over hem/haar en over die taken. De toekomst en de weg daartussen die laat ik bij God. Tenminste ik bid dat ik hier steeds meer in mag groeien.