< terug

‘Het is als een tunnel waarvan je het einde nog niet ziet en je kunt ook niet even een afslag nemen voor frisse lucht’, zo omschreef een vriendin de Covid-19 situatie. Ik vond dat wel herkenbaar en dacht gelijk terug aan een zomervakantie in Italië waar ik als tiener, op de achterbank van een auto zonder airco, door de Gotthard tunnel gereden werd. Er leek maar geen einde aan te komen. Ik weet nog dat ik echt een paar keer heb moeten kiezen om niet in paniek te raken, maar mezelf moest herinneren dat er echt een einde aan komt: ‘Het duurt misschien nog even, mogelijk niet achter deze bocht, maar op een gegeven moment zie je het einde van de tunnel. En ondertussen komt het dichterbij ook als ik het nog niet zie.’ Eenmaal eruit was ik binnen no time de benauwdheid van de tunnel vergeten. Het was zelfs zo dat toen we de tunnel door waren ik al snel weer ontevreden was over de volle brandende zon op de auto en het idee van de schaduw in een tunnel weer heel aantrekkelijk leek. Terwijl ik al wandelend over dit beeld nadacht moest ik aan 2 bijbelteksten denken, die ik nu graag met je deel.

De eerste is een bekende psalm. Psalm 23 waarin David schrijft: Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij. Het voelt soms alleen en het voelt mogelijk donker. We weten niet voor hoe lang nog, maar wat we wel weten en mogen geloven: Hij is erbij. Juist omdat het een bekende Psalm is kan je heel gemakkelijk denken: ‘Ja die ken ik al’, en eroverheen stappen. Maar mag het daadwerkelijk een geruststelling voor je zijn? Het wordt langzaam maar zeker lichter met een verlichting van de maatregelen en tegelijk is het zo dat we voorlopig moeten leven met het virus en we niet weten welke gevolgen er allemaal nog gaan komen. Hoe waardevol om dan niet je hoop te stellen op verlichting van de maatregelen en eindelijk naar het terras en kapper te mogen gaan (hoe leuk ook), maar je hoop te stellen op God. Hij is met je, wat de toekomst ook gaat brengen. Dat zijn geen makkelijke woorden, maar het is een werkelijkheid waar je je naar uit mag strekken.

De tweede was hoe het volk Israël in Exodus 16 in de woestijn zich beklaagd: ‘Had ons maar laten sterven in Egypte’. Ze zijn al hun hoop kwijt, sterven lijkt hen de enige optie en dan waren ze liever gestorven met een volle maag. En God hoort hen, Hij is helemaal niet zonder hoop, maar geeft hen vlees in de avond en Manna in de ochtend. De hoop in Manna is voor mij die continue afhankelijkheid van Hem. Juist in de woestijn voorziet God, juist daar waar ze nog niets zelf kunnen toevoegen, geen akker hebben om te bewerken. En Hij nodigt ze uit in een afhankelijkheid die constant is. Elke dag opnieuw geeft Hij ze genoeg voor die dag. God leert ze daar dat Hij betrouwbaar is. Hij leert ze te om te verblijven in Hem. De continue afhankelijkheid is niet iets wat je moet afleren, maar iets wat je mag aanleren.

Ruim 15 jaar geleden was ‘I’m learning how to lean and depend on Jesus’ mijn lijflied. Zeker 1 - 2 jaar heb dit steeds opnieuw gezongen als ik hoop kwijt was, angst te groot was, ik in paniek was, of geen stap vooruit wist. Ook de ‘rap’ in het midden is blijvend opgeslagen in mijn hoofd :-). Het zingen van dit lied moedigde me aan om te blijven vertrouwen en uit te stappen, omdat Hij mijn vertrouwen waard is. Ik ben benieuwd: Mag God degene zijn op wie jij leunt? Welke tekst of welk lied bemoedigt jou nu om vol te houden?