Headline

< terug

‘De herinneringen die ik uit mijn jeugd met mij meedraag hebben mijn visie op de mens, de wereld en op God mee helpen bouwen.’ Als heel klein meisje vertrekt ze met haar ouders naar het zendingsveld in Suriname en later Indonesië. Een tijd waar ze veel van leert, maar zich ook anders en eenzaam voelt. De gevolgen daarvan werken nog steeds door, zowel positief als negatief. Margrietha Reinders, pionier in Amsterdam, heeft die ervaringen om mogen zetten tot iets bijzonders.

‘Mijn eerste herinnering is dat mijn moeder mij achterliet in de crèche op het schip naar Paramaribo. Ik was zo verdrietig en dat gevoel van alleen en eenzaam zijn heeft mijn leven wel bepaald, net als het gevoel van anders zijn. In een land waar iedereen een ander ras en een ander geloof heeft, voel je je buitenstaander. Tegelijk heb ik heel vroeg geleerd dat er veel werelden anders zijn dan de mijne, maar dat die ook tot Gods wereld behoren. Mijn vader was daar heel duidelijk over. Mensen die geen christen zijn, of mensen met een ander geloof en een andere geschiedenis zijn ook door God gemaakt en verdienen ons respect en ons luisterend oor. Je mag nooit de realiteit van een ander bespotten of daarop neerkijken.  Ik heb geleerd dat God met verschillende stemmen en op verschillende manieren tot mensen spreekt. Hij wil zich aan alle mensen openbaren en doet dat soms heel anders dan wij vanuit onze cultuur denken.’

Pleeggezin
Toen zij elf was en haar zusje tien werden beiden naar Nederland gestuurd voor vervolgonderwijs. ‘We kwamen in een pleeggezin dat we amper kenden. Het was zo moeilijk en nachtenlang hebben we gehuild in onze bedjes. Niet bij papa en mama zijn is voor een kind zo naar. Ik besef dat het voor mijn ouders ook een groot offer is geweest dat ze moesten brengen voor de zending. Op school waren we buitenstaanders, stille meisjes die deze cultuur nog niet begrepen en ook niet begrepen werden. We mistten de liefde van onze ouders enorm, maar die was er niet. Deze ervaring en het wonen in zendingslanden maakten dat ik een passie heb voor mensen die buiten de boot vallen. Iemand vertelde mij ooit dat dit zelfs een naam heeft. Het Missionary Kids Syndrome. Veel zendingskinderen hebben deze zelfde passie. Dat drijft mij ook in mijn pionierswerk.’

Pionier
‘Na mijn theologiestudie vertrok ik niet naar de pastorie, maar werd ik vrijwilliger bij de Nassaukerk. Deze kerk zet haar deuren open voor dak- en thuislozen. Daar heb ik gezien wat het Koninkrijk van God is. Er kwamen intellectuelen, ongeschoolden en ongedocumenteerde immigranten. Ik zag bijvoorbeeld hoe zij hun weinige bezittingen met elkaar deelden. In 2009 reageerde ik op de vacature van pionier. Ik kreeg de opdracht om in een wijk zonder kerk nieuwe vormen van kerkzijn op te zetten.’

‘De eerste wijk waar ik mocht werken was Amsterdam Oud-West. Door de buurt te verkennen en naar plekken te gaan waar veel mensen komen legde ik contacten en langzamerhand ontstond er een groepje. In een café kwamen we bij elkaar voor het spiritueel café ‘De zoekende ziel’, een kerk in de kroeg. Iedereen heeft zingevingsvragen en door bijbelteksten te kiezen die aansloten bij de beleving van de mensen, kwamen er mooie gesprekken op gang. In een kerkje wat eigenlijk dicht moest, begonnen we met vieringen. We noemden het ‘Heilig Vuur West’. De groep groeide. Het waren niet de jonge vlotte dertigjarige tweeverdieners die ik eigenlijk moest zoeken van de kerk, maar mensen met een rugzakje, met psychische of fysieke problemen. Mensen die gehavend waren. Zo ontstond er een kleine gemeente waar kindjes en volwassenen werden gedoopt. Ik moest ook jonge mensen trekken maar ik wist niet hoe ik dat voor elkaar moest krijgen. Zo kwamen de Navigators in beeld. Het dispuut Pampus vroeg of zij een ruimte bij ons konden huren. We hebben een deal gemaakt. Wij betaalden de huur en in ruil daarvoor hielpen zij ons de buurtmaaltijden op te zetten. Ik was zo verrast over hun enthousiasme, hun echte geloof, hoe serieus ze daarover waren. En ze aten gewoon mee met de mensen die daar kwamen. Ik vond ze geweldig! Eenmaal per jaar organiseerden ze ook een zomer barbecue. Ze doen het nog steeds. Volgens plan heb ik de gemeentestichting hierna overgedragen aan een jongere voorganger die ook weer jonge mensen aan zich kon binden. Mijn nieuwe project werd Betondorp.’

Betondorp
‘Betondorp is de plek waar Johan Kruijff heeft gewoond. Een wijk met amper middenstand en veel ouderen die daar hun hele leven al wonen. Er is veel armoede. We, gelukkig heb ik een team dat mij helpt, begonnen rond Pasen. We belden aan en gaven de mensen een zonnebloem met een paaskaart waarin stond: ‘Een hoopvol Pasen van Betondorp bloeit, de huiskamerkerk van Betondorp’. Zo ontstonden de eerste contacten. Ik heb nog steeds contact met iemand die toen gereageerd heeft. We kregen tips waar we heen moesten gaan of met wie we moesten gaan praten. Dat ging eigenlijk vanzelf. Ik kwam in het café en maakte een praatje met de mensen die alleen zaten, ik leerde mensen kennen uit het buurthuis, ging bij buurtbewoners op het bankje zitten, bezocht de huisartsenpost, de apotheek, de bakker en legde op deze manier relaties. Dat is eng, ik moet altijd over mijn angst heenstappen, maar als ik het gewoon doe dan groeien de contacten. Het is niet moeilijk om lief te zijn voor mensen en echt geïnteresseerd. Zo ontstond langzamerhand een club mensen die naar de maaltijden kwamen en kwam er hulp van buurtbewoners, waarvan overigens de helft niet gelovig is, maar het wel een goed initiatief vindt. Ook al voel ik me nog regelmatig onzeker en anders, mijn compassie voor de mensen, die op zoveel plekken buiten de boot vallen, is groot. Ik verlang ernaar dat er gemeentes komen die oog en oor hebben voor de noden van mensen en zo Jezus willen laten zien.’

Tip voor Navigators
‘Geloof in je boodschap en laat zien wat dat voor je betekent, hoe het je raakt en wat het met je gedaan heeft. Schaam je niet. Laten zien dat je in God gelooft is een enorme kracht en die kracht is bestemd voor gewone mensen met gewone levens. Laten zien dat Jezus de Redder is, dat Hij ons de weg wijst, dat betekent dat de wereld niet ten onder gaat maar nieuw wordt. Daar geloof ik in!

Interview: Marieke Boersma-Lensen
Fotografie: @Mirjamvanklaarbergenphotography