Headline

< terug

Dat ze geadopteerd was, leek voor haar geen enkel probleem. Alle kinderen uit haar gezin waren geadopteerd, dus het was normaal. Dat ze geen medicijnen kon studeren was een grote teleurstelling. Toch zorgde de keuze om ‘dan maar theologie’ te studeren, ervoor dat haar leven veranderde en ze uiteindelijk haar diepste thuis vond. Mirjam Kollenstaart-Muis, predikant in Ottoland, vertelt over de reis daarnaartoe.
 

‘Ik werd geadopteerd in een fijn christelijk gezin. We gingen wekelijks naar de kerk, lazen aan tafel uit de Bijbel en ik ging mee in dat ritme. Toch had ik geen persoonlijk geloof. Ik bleef vooral uit gewoonte naar de kerk gaan en niet uit overtuiging. Het was veilig en die veiligheid had ik nodig. Daarom is het des te vreemder dat ik koos voor een studie Godsgeleerdheid nadat ik uitgeloot werd voor medicijnen. Dat laatste was echt een schok! Ik had er nooit rekening mee gehouden dat ik uitgeloot zou worden. Mijn ouders boden me nog een uitweg; in België kon ik wel medicijnen studeren, maar ik vond zover weggaan doodeng. Dan maar geen dokter worden. Onze predikant zei: “Waarom ga je geen theologie studeren?” En zo kwam ik in Utrecht terecht met weinig Bijbelse kennis of kennis van de kerkelijke kaart. Ik had geen idee waar ik terechtkwam.’
 
Theologiestudie
‘In Utrecht zaten voornamelijk mannelijke studenten met donkere pakken, die uit de gereformeerde bond kwamen. Het was een cultuurschok, maar ik had geleerd me overal goed aan te passen, dus dat deed ik hier ook. Toch was er iets wat me raakte in hun geloof, de zekerheid die zij hadden trok me enorm aan want dat kende ik niet. Er was ook een evangelisch studentendispuut en bij hen sloot ik me aan. Zo zocht ik nieuwe veiligheid en dat laatste is wel de rode draad in mijn leven. Door hun manier van leven heb ik God leren kennen en werd mijn geloof van een gewoonte een echt geloof. Er was elke ochtend een bidstond, daar deed ik aan mee en zo leerde ik bidden. Ik ontdekte dat God er voor mij persoonlijk is en dat ik met alles naar Hem toe mag komen. Ik leerde andere muziek kennen, leerde praten over geloven, vragen stellen en zelf Bijbellezen.’
 
En toen ging het mis ...
‘Eenmaal afgestudeerd werd ik predikant en alles leek op rolletjes te lopen, tot de kinderen kwamen. Ons derde kindje, een dochtertje, hebben we geadopteerd. En daar begon het mis te gaan. We gingen haar ophalen in Nigeria en namen haar mee uit het kindertehuis. Precies dat moment maakte alles los. Ik haalde haar weg uit haar vertrouwde omgeving, haar cultuur, haar land en op dat moment realiseerde ik me dat dit ook met mij was gebeurd. Nog nooit eerder was die gedachte in mij opgekomen. Ik wist niet zo goed hoe ik me daarbij voelde. Eenmaal terugging ik pijlsnel richting een depressie en ik had niet door wat er met me aan de hand was. Het heeft jaren geduurd voordat ik inzag dat er een diep verdriet in mij zat over het feit dat ik was afgestaan. Ik dacht altijd, als je met zes weken al geadopteerd bent, is dat het meest gunstige wat je kan overkomen. Maar het feit dat je bent afgestaan is daar wel aan voorafgegaan. Gaandeweg leerde ik dat dit het probleem in mijn leven was. Dat ik daardoor mensen niet durfde te vertrouwen en zelfs God niet durfde te vertrouwen. Mijn geloof was een keuze geweest, oprecht, maar heel rationeel. En die keuze kwam opeens op losse schroeven te staan, net als alle keuzes in mijn leven. Ik had altijd gekozen uit veiligheid. Ik worstelde enorm: Wie is God dan? Hoe is Hij in mijn leven aanwezig? Kwijtgeraakt ben ik Hem niet, maar ik wist dat het anders moest; ik moest Hem anders toelaten. Maar hoe?’
 
Op zoek ...
‘Nadat ik ruimte gaf aan het verdriet van afgestaan zijn, kwam het verlangen om in Indonesië op zoek te gaan. Eenmaal daar was mijn moeder snel gevonden. Dat had ik nooit verwacht en ik vond het zo eng. Binnen een dag had ik zowel mijn moeder als mijn vader ontmoet. Het was overweldigend veel en ik voelde me niet blij. Mijn moeder wilde meteen voor me zorgen, wat ik niet begreep, ze wilde me eerst niet en nu wel? Ik was boos. Mijn vader zei, oké nu heb je ons gevonden, wat wil je nu? En die ruimte vond ik fijn. Later hoorde ik dat mijn moeder mij niet echt had afgestaan, maar dat vooral de familie van mijn vader dat besluit genomen had. Toch kon ik daar toen niet zoveel mee. Na anderhalf jaar ben ik met mijn gezin teruggegaan. Stukje bij beetje hoorde ik het hele verhaal en kwam het begrip over hoe slecht mijn moeder is behandeld. Dat bezoek was echt bijzonder. Mijn kinderen voelden zich meteen thuis in Indonesië. Wij werden door mijn vader en de familie zo warm en gastvrij ontvangen, ondanks dat zij moslim zijn en er nog nooit een christen in hun huis was geweest. Voor het eerst in mijn leven kwam ik echt thuis.’
 
Thuis
‘Vanaf dat moment veranderde mijn geloven. Het verstandelijke, rationele verdween. Ik werd zelfs een emotioneel mens, veranderde echt. Ik kreeg een helder zicht op hoe het afgestaan zijn mij beïnvloed heeft en hoe ik altijd met de angst geleefd heb om weer opnieuw afgewezen te worden. Niet echt kunnen hechten aan mensen, niet van hart tot hart, altijd denken dat liefde voorwaardelijk is, altijd willen voldoen aan de eisen van een ander. Ik ben nu echter geworden. Ik was wat ik dacht dat andere mensen van mij verwachtten. Uiteindelijk lag het wel dichtbij bij wie ikzelf was, maar ik moest dat wel weer zelf ontdekken. Omdat vader en zijn gezin mij zo accepteerden, kon ik ook gaan geloven dat God mij accepteerde. Ik had dat blijkbaar heel concreet nodig en God gebruikte een moslimgezin voor mijn heling. Vanaf toen kon ik mij pas emotioneel laten raken door liefde. Op dat moment werd ik geheeld, werd de bodem gelegd.’
 
Tip voor Navigators
‘In pastoraat zie ik vaak problemen met hechting en vertrouwen en daar komen veel relatieproblemen en wantrouwen naar God uit voort. Door een bijbelstudie over het boek Esther ontdekte ik, dat als je andere mensen slecht kunt vertrouwen, dat ook effect heeft op je vertrouwen op God en je godsbeeld. Neem daarom je biografie serieus, ook als je niet afgestaan bent. Praat over je biografie voordat je aan je werkende en gezinsleven begint. Dat geeft je een gezonde start.’
 
Interview: Marieke Boersma-Lensen
Fotografie: @Mirjam van Klaarbergen Photography