Headline

< terug

Merle Maas wil na het behalen van haar havodiploma naar Amerika voor een tussenjaar, tot iemand tegen haar zegt: ‘Waarom ga je niet naar Nieuw-Zeeland?’. Merle vraagt zich af wat ze daar moet met al die schapen …

De ouders van Merle gaan uit elkaar als zij vijf jaar is. Ze leert tijdens haar opvoeding dat het belangrijk is om zelf keuzes te maken. Ze moet zich daarin niet laten leiden door een man, een god of wie dan ook.

Droom
‘Ik vond het wel interessant als mensen gelovig waren. Als we op vakantie waren dan bezocht ik zowel met mijn vader als met mijn moeder kerken als attractie. Ik vond het fijn om in kerken te zijn.’ Ze gaat ervan uit dat er meer is dan wij weten, al weet ze niet wat dit dan is. ‘Ik had allang een droom die ik wilde waarmaken. Dat was dat ik in ieder geval een jaar op uitwisseling wilde: een jaar middelbare school in een ander land, het liefste in Amerika. Tot iemand mij dus die vraag stelde over Nieuw-Zeeland. Dat zette mij aan het denken en terwijl ik erover nadacht kreeg ik sterk het gevoel dat ik mijn plan moest wijzigen en naar Nieuw-Zeeland moest gaan.’
Ze komt terecht in een christelijk gezin waar ze zich meteen fijn en welkom voelt. Het is een bijzondere ervaring voor haar om te ontdekken dat liefde tussen ouders ook kan blijven. Op de eerste avond aan tafel wordt er voor haar gebeden. Merle denkt op dat moment: ‘Stel dat die God van hen bestaat, dan kent Hij mijn naam nu ook.’ Ze gaat mee naar de kerk en vindt het bijzonder om te ervaren hoe de mensen vol passie zingen voor iets wat zij niet ziet. Hierdoor gaat ze steeds meer over het geloof nadenken.
 
Christelijke bubbel
Merle leeft dit uitwisselingsjaar in een christelijke bubbel, iedereen om haar heen gelooft … Dat is bijzonder omdat zij in Nederland maar één vriendinnetje (uit haar basisschooltijd) kent die gelooft. ‘Ik kreeg nieuwe vriendinnen en ze geloofden allemaal. Bij een van hen kwam ik regelmatig thuis. Tijdens een van die avonden vertelde zij mij over haar bijzondere ontmoeting met Jezus. Haar verhaal raakte me enorm. Ik werd overvallen door emotie en warmte en kou en wind. Alles tegelijk. Op dat moment wist ik het gewoon: het klopt. Begrijpen deed ik het niet, maar ik wist zeker dat dit waar was!’  
Diezelfde avond bidt Merle tot God en zegt: ‘Als U bestaat dan wil ik U beter leren kennen, maar daar heb ik Uw hulp bij nodig en mensen om mij heen die mij meer over U kunnen vertellen. Ondertussen ging het leven verder en was ik een week later aan het winkelen met een andere vriendin. Opeens komen er een paar meiden op mij af. Ze kijken me aan en zeggen: “We weten niet zo goed waarom, maar we hebben het idee dat jij meer wilt weten over God en Hem beter wilt leren kennen. Klopt dat?” Mijn mond viel open van verbazing. Ja, dat klopt helemaal! Vanaf dat moment ben ik op sleeptouw genomen door deze meisjes, we gingen naar hun jeugdgroep, ze beantwoordden mijn vragen en vertelden volop over God. Steeds opnieuw maakte ik bijzondere dingen mee en zo ervoer ik dat God elke dag bij mij was. Hij is een zeker onderdeel van mijn bestaan geworden. ‘
 
N.S.U.
Terug in Nederland komt Merle via het vriendinnetje van de basisschool in aanraking met een ander meisje wat ook gelovig is. Via haar komen ze terecht bij N.S.U. waar ze nog verder tot bloei komt en meer over God kan leren. ‘Ik heb een kerk gevonden en een fijne kring. Binnenkort word ik gedoopt. Ik zou niet meer zonder God kunnen leven.’
 
Interview: Jeanette Vos-Spek
Fotografie: @Mirjam van klaarbergen photography