Headline

< terug

Vorige week zat ik ineens tussen een groep studentleiders die vertelden over hun vrienden met mentale problemen. En eerlijk: ik schrok best wel. Wat is er veel nood in de studentenwereld en wat ligt het percentage van studenten die serieuze problemen ervaren hoog. Sommigen zijn aangemeld bij een hulpverlener, maar ook dan hebben ze soms een hele weg te gaan; anderen die dit misschien niet direct willen of nodig hebben, hebben het wel zwaar en hebben behoefte om hierover te praten.

Naast voor deze mensen zelf, is dit ook een uitdaging voor hun vrienden en dispuutsleden, om hier goed mee om te gaan. En dan dus ook leiders, die hier graag zo goed mogelijk mee om willen gaan. Maar hoe doe je dat eigenlijk?

Na het gesprek was ik best even van de kaart. Ik schrok van wat er speelt. Maar ik schrok misschien wel het meeste van de last die anderen hierbij kunnen voelen. Dat ze zich betrokken voelen, en hun dispuutsleden het beste gunnen. Dat ze zich onthand voelen, want ze willen zo graag helpen, maar ze zijn daar niet voor opgeleid.

Achteraf merkte ik door wat het gesprek met mij deed, dat we hierbij in een soort paniek of kramp kunnen raken. Met gedachtes als ‘ik moet er voor iedereen zijn’, ‘ik moet echt iets kunnen betekenen’ en ‘het moet goed gaan met mijn dispuutsleden of vrienden’ zetten we onszelf soms klem. Helemaal als je een functie hebt die enigszins lijkt op een zorgende of coachende rol, kun je je enorm verantwoordelijk voelen.

Maar als ik terugkijk, ben ik vooral dankbaar dat ik hen mocht zeggen: het mag.

  • -Het mag dat het niet goed gaat met iemand.
  • -Het mag ook moeilijk zijn om pijn te delen.
  • -Het mag een ongemakkelijk gesprek zijn.
  • -Het mag zwaar zijn voor een groep, als één of meer leden slecht in hun vel zitten.
… Want dat is wat het is: het ís nu eenmaal niet makkelijk om met zware situaties om te gaan. En als je één groep bent, is het kostbaar om ook je noden met elkaar te delen, maar dat is lang niet altijd makkelijk. Zoals Paulus zegt: als één lichaamsdeel lijdt, lijden de andere delen mee. Wat mooi, dat mensen de ruimte voelen om te delen. Zodat ze, als een zenuw, een signaal doorgeven aan andere delen van het lichaam!

Eén van de studenten merkte aan het eind van het gesprek op: ‘we zitten hier nu ook wel met een hele groep mensen die graag voor een ander zorgen …’ en dat is ook zo, en dat is zowel een kracht als ook een flinke valkuil. Kijk uit dat je een ander niet uit een probleem probeert te praten. Het zijn processen, die de ander zelf door moet gaan; een buitenstaander kan slechts supporten vanaf de zijlijn. En dat is ook het mooiste wat we kunnen doen: luisteren, gewoon vragen wat de ander voelt en beleeft. Bidden en laten weten dat we er voor iemand willen zijn. Ook als het lang duurt. Het hoeft niet opgelost. Let it be, of zoals men in de studentencultuur liever in het Nederlands zegt: laat het er zijn.

Over de blogger

Philinde


Philinde is stafmedewerker in Nijmegen en vertelt in haar blogs over thema's in haar leven en haar werk