Headline

< terug

‘Tja, dan kom je op de verschillende rollen die ik als Erwin heb’, is het eerste wat Erwin Groeneveld  zegt op de vraag naar zijn kijk op de coronacrisis. Erwin werkt deels bij Navigators LEF als relatiemanager, is jeugdoudste in zijn gemeente én werkt als verpleegkundige in het ziekenhuis, waar hij tijdens de coronacrisis de intensive care ondersteund. Hij vertelt over zijn worsteling en lessen van deze periode.

‘Weet je, ik leefde voor mijn gevoel in twee werelden. Aan de ene kant de heftigheid, doodstrijd en angst die ik bij mensen gezien heb. Wat mensen op het journaal zien, was voor mij werkelijkheid. Ik zocht ontzettend veel input op: ik moet hier veel over weten, wat doet die ziekte? Ik was er 24 uur per dag mee bezig. Aan de andere kant hadden mensen het erover dat het goed was, deze tijd van lege agenda’s, dat we tijd voor God kregen. Sommige mensen ervaarden het bijna als een vakantie, terwijl ik juist merkte dat er een enorme strijd bezig was. Dat botste voor mij.’

‘Er was een mevrouw op de IC die zo snel achteruit ging dat ze geen afscheid meer kon nemen van haar zoon. We maakten haar klaar om in slaap gebracht te worden. Dan zie ik angst in de ogen van die mevrouw en ik pak ik haar hand terwijl zij zegt: “Help me …”. Als verpleegkundige ga je dan door, maar als Erwin werd ik zo bepaald bij die strijd, dat ik daar echt even op vastliep.‘

‘Toen ik op een ochtend ging hardlopen op het strand, voelde ik al dat verdriet opkomen en de onrust in mijn hart. Ik heb het uitgeschreeuwd: “Wat is dit, Heer? Waarom mag die rotziekte zover gaan?” Ik moest huilen. Ik voelde me leeg, machteloos en verdrietig en het enige wat overbleef was bidden naar God.’

‘De dagen daarna zag ik continu nog die ogen, die mensen, had ik nog steeds dat conflict. Maar op zondag was alles weg. Ik zag de beelden nog wel, maar ik had rust in mijn hart. Ik heb dingen los mogen laten. Het is niet zo dat ik dingen anders ben gaan doen, alleen vanuit een ander perspectief. Het is een heftige strijd, maar ik heb een ander ook iets te bieden: een stukje troost en zekerheid.’

Het bijzondere was dat Erwin die dagen kaarten, bloemen en bemoedigende appjes kreeg van mensen die aan hem moesten denken zonder dat hij hierover verteld had. ‘Toen dacht ik, nu heeft God het volledig in zijn handen. Nu ben ik waar God me hebben wil: “Vertrouw maar op Mij en laat Mij de grote dingen doen Erwin. Jij mag de dingen doen waarvoor jij talent hebt gekregen, maar draag niet alles”.’

‘Ik moest teruggaan: Dit is voor mij, dit is wat ik moet behappen en hier kan ik wat mee. De rest moet ik als vader en oudste en verpleegkundige gewoon even parkeren.’

‘Dit is wat ik heb geleerd. Hou het voor jezelf klein. Wees op de plek waar je bent en dan volledig diep. Als je als gemeente of jeugdleider groot en spectaculair wil, kunnen de kleine dingen niet goed kiemen. Je moet diepe wortels maken. Zoek verdieping in relaties die in je leven zijn. Hou het behapbaar en investeer in de diepte.’

Interview: Matthijs den Dekker