Headline

< terug

‘Ik doe wat ik zelf wil. Ik doe alles wat God verboden heeft.’ Een vrouw die ik regelmatig op straat zie bedelen, stond met iemand te praten. Haar woorden kwamen hard bij me aan.

Wat maakt dat iemand zoiets zegt? Dat iemand zo op zichzelf leeft, zo hard wordt. Ik kan me trouwens goed voorstellen dat jarenlang op straat rondlopen je hard maakt. Dat het zwaar is, om bijvoorbeeld door anderen aangekeken te worden, anderen van wie je afhankelijk bent, maar door wie je zo vaak niet geholpen wordt.
Ik doe wat ik zelf wil …

Eén van de redenen dat die zin me zo raakt, en zo frustreert ook, is dat ik er ten diepste niet in geloof dat ze dat écht wil. Ik zie haar wel eens lopen en de ellende in haar ogen raakt me. Augustinus zei ooit: ‘Ons hart is onrustig in ons, totdat het rust vindt in U, o God’. Ten diepste zoeken we God. Zonder Hem zijn we rusteloos. Uiteindelijk brengt het ‘zelf willen’ zo weinig geluk en zoveel dingen die we eigenlijk niet echt willen. Zoals dat ik gisteren op tijd wilde gaan slapen, maar toch nog drie kwartier op Instagram rondhing. Ja, ik was vrij om dat te doen. Maar was ik vrij? Wilde ik het echt?

Woensdag verzorgde ik een mini-training aan een groep studenten. Het ging over getuigen; iets wat veel van ons spannend vinden. Delen wat je gelooft, aan iemand die daar misschien heel anders in staat. Ik vertelde hun dat ik dit jarenlang heel lastig vond, omdat ik eigenlijk niet geloofde dat anderen echt tot geloof kunnen komen. Ik zag het zo weinig gebeuren. En mijn belevingswereld is zó anders dan die van een niet-gelovige, dus hoe zou iemand van die ene naar die andere belevingswereld kunnen overstappen?  

Maar later zette die uitspraak van Augustinus me aan het denken. Mijn hart is onrustig, totdat het bij God rust vindt. Want daar ‘hoort’ mijn hart. Daar ben ik thuis. Ik realiseerde me: het is niet vreemd dat iemand tot geloof komt, maar heel natuurlijk. Want bij God, daar horen we. Daar ‘passen’ we. Daar vinden we rust. Daar ontdekken we wat we écht diep van binnen willen.

Veel mensen denken dat ze liever zelf kiezen wat ze willen. En ik hoor veel christenen die zich daardoor tegen laten houden in open zijn over hun geloof; bang om te pushen, om iets te vertellen wat een ander niet wil horen. Maar wat als het geloof hun redding is? Als mensen dan eindelijk echte rust gaan vinden? Omdat het hen de mogelijkheid biedt om hun ‘thuis’ te ontdekken, op een plek waar ze dat waarschijnlijk nooit hadden verwacht?

Begrijp me goed, pushen is iets wat God niet doet, dus daar moeten wij ons ook niet mee bezig houden. Maar open zijn, delen wat ons heeft geraakt. Ik durf te stellen dat we dat aan mensen verschuldigd zijn, als we echt van hen houden. Dan gunnen we hun het beste.
Ik gun het die vrouw dat ze die rust vindt, thuis komt. Vrij raakt van haar zware leven. Van haar verslaving en wellicht andere problemen. Dan is ze nog steeds even vrij om te doen wat God verboden heeft; God geeft haar haar eigen keuzes. Hij geeft vrijheid en heeft ons autonome mensen gemaakt. Maar die rust zal haar ook de ruimte geven om die andere keuzes te gaan maken. Om met haar hele hart te leren willen wat haar echt gelukkig maakt; wat ze diep in haar hart zélf wil.
 

Over de blogger

Philinde


Philinde is stafmedewerker in Nijmegen en vertelt in haar blogs over thema's in haar leven en haar werk