Headline

< terug

Hij ging theologie studeren om de theologie uit zijn jeugd kwijt te raken en een plek te geven. Maar de echte ontmoeting met God was niet in zijn hoofd, maar raakte hem diep in het hart. Dat veranderde zijn leven. Jan Wolsheimer, directeur van Missie Nederland vertelt …

‘Ik groeide op in een gezin met een Gereformeerde Gemeente achtergrond en al vanaf mijn achtste worstelde ik met de dubbele predestinatie; God kiest mensen uit ten leven of ten dode. Dat tekende mij. Op mijn negentiende liep ik hierin vast. In die tijd was ik vrijwilliger bij gospelconcerten en daar ontmoette ik een heel ander type christen. Dat was zo bijzonder, we lazen hetzelfde Boek maar leefden totaal verschillend. Ik ging op onderzoek uit, ofwel God zou zich laten vinden en dan hoopte ik dat Hij anders was dan ik had geleerd, maar als Hij zich niet liet vinden, dan was ik er klaar mee. Ik heb een hele bijzondere ontmoeting met Jezus gehad, waarna ik nooit meer heb getwijfeld. Bij het lezen van een psalm stapte Jezus mijn leven binnen en ervoer ik met zoveel zekerheid zijn liefde, dat er geen ontkomen meer aan was.’

‘Mijn vader stierf al op 63-jarige leeftijd en dat was een diep traumatische ervaring. Omdat mijn moeder een alcoholverslaving had, was ik er onbewust vanuit gegaan dat ik meer tijd met mijn vader zou hebben dan met mijn moeder. Waarschijnlijk dat ik daarom in mijn leven vaak op zoek ben geweest naar oudere wijze mannen, zoals Frans Horsthuis, een priester die lang mijn geestelijk vader is geweest en een enorm voorbeeld. Of zoals Henri Nouwen. Zijn spiritualiteit sprak mij enorm aan. Ik heb zoveel van hem geleerd, ook over open zijn over je falen, want ik ben ook maar gewoon een mens. Ik leerde door hen een diepe spiritualiteit die geworteld is in stilte. Ik had na drie maanden in de evangelische wereld ontdekt dat spiritualiteit vaak ontbreekt. Dat wordt meestal opgelost met principes als, drie stappen naar dit of dat. Ik miste die spiritualiteit en ik besefte dat als ik niet leerde te wortelen in iets diepers, dat ik makkelijk richting een burn-out zou gaan.’

‘In de avonduren studeerde ik theologie. Ik was daar vooral in geïnteresseerd vanwege mijn eigen vragen en worstelingen. Door die studie kwam er voor mij een einde aan mijn zoektocht naar wie ik ben en hoe ik ben bedraad. Ik werkte in het bedrijfsleven, maar tot mijn stomme verbazing werd ik door drie kerken gevraagd of ik voorganger wilde worden. De zoektocht of dit Gods roeping was en of ik dit wel kon, heeft wel een half jaar geduurd. In Woerden ben ik gaan proefpreken. Ik kende daar echt helemaal niemand. Het was een gemeente waar veel problemen waren geweest en daarom misschien wel de slechtste om te kiezen. Maar het gekke was, dat ik tijdens het preken een enorm diepe liefde voor deze mensen kreeg. Het overviel me zo, dat ik me bewust moest concentreren, anders schoot ik vol. Dat was een nieuwe ervaring. Dat gevoel werd ook bij mijn vrouw bevestigd, waarna we naar Woerden zijn verhuisd.’

‘Elke zomer nam ik tijd met God om na te denken over mijn roeping. Is het nog steeds Gods bedoeling dat ik blijf? Na mijn tiende jaar in Woerden ging het knagen. Ik bad voor de volgende stap en na twee jaar kwam de vacature voor Missie Nederland. Mijn voornaamste taak is om een nieuwe koers uit te zetten. Maar ook om te kijken hoe we in Nederland de kerk kunnen bewegen om te voldoen aan haar roeping een zout te zijn. De kerk is geen programma maar een community. Juist in deze coronatijd kunnen we in alle vrijheid experimenteren met bijvoorbeeld kleine groepen, zonder dat de oude vorm onder druk staat. Wij kunnen de kerk coachen en bijvoorbeeld Navigators vragen om langszij te komen, om daar ook een deel van te doen. Hierdoor brengen we de kracht van Navigators voor het voetlicht, zonder dat de kerk iets hoeft af te nemen. Zo kunnen we aan een grote tafel verschillende organisaties samenbrengen met hun kwaliteiten en dan wordt dat een geweldige tafel van mogelijkheden. Wij zijn daarin verbindend en uniek.

Voorgangers vertellen dat ze nu ontdekken dat ze onvoldoende hebben geïnvesteerd in discipelschap. Het kerkmodel houdt kennelijk in dat je komt kijken en daar een recensie van geeft. Ook valt op dat toen de kerken weer verder open mochten, veel mensen de diensten niet meer bezochten. Is dit blijvend of tijdelijk? We hadden preekroosters klaar voor twee jaar, alles was zo maakbaar als wat. En nu weten we het echt niet en dat zorgt ervoor dat je steeds weer bij God te rade moet gaan. Misschien is dat nu juist wel een zegen!’

Tip voor navigators
‘Jullie zijn voor een belangrijk deel van iemands leven een kerkgenootschap en niet een organisatie. Voor studenten zijn jullie een kerk. Ze gaan weg uit hun eigen kerkelijke context, komen bij Navigators en ervaren dat als een kerk. Daarna komen ze er niet meer terug, of voelen zich vreselijk ontheemd. We hebben dat onderzocht en ontdekt dat kerkverlating onder studenten heel hard gaat. Ze verliezen hun geloof niet, maar zijn domweg niet geïnteresseerd in de kerk van mijn leeftijdsgenoten. Het is een hele mooie generatie en jullie hebben een grote rol in het leven van jonge mensen, die meer dan ooit in deze wereld dingen voor elkaar kunnen krijgen en mee kunnen denken. Ik denk niet dat er in mijn leven een generatie was, die zoveel mogelijkheden had op zo’n jonge leeftijd. In de kerk wordt dat niet voldoende gewaardeerd, daarom gaan ze ook weg. Ik denk dat Navigators een plek is waar ze dat helemaal kunnen leren en uitleven. Wat dat dan precies voor jullie betekent weet ik niet, maar het is goed om te beseffen dat jullie die plek hebben. Dat jullie door hen als een kerkgenootschap worden ervaren, ook al weet ik dat jullie dat niet zijn. Jullie hebben geweldige kansen om deze generatie te coachen om nu al leiders te worden in de kerk. We hebben deze generatie harder nodig dan ooit en we moeten in hen investeren.’

Interview: Marieke Boersma-Lensen
Fotografie: @Mirjam van Klaarbergen photography