Headline

< terug

‘Mijn ouders konden geen kinderen krijgen, ik had nooit gedacht dat kinderloosheid ook in mijn leven zou gaan spelen, maar het was wel zo.’ Margé van der Spruit is de jongste uit een gezin van drie. Haar broer en zus zijn geadopteerd en, als volkomen verrassing, werd haar moeder toch zwanger, en werd Margé geboren.
Ze werkt op dit moment op het Landelijk Bureau van Navigators als HR-Manager. Dat is niet zo bijzonder, maar haar verhaal over het leven hiervoor wel …

 
‘Toen ik een jaar of vier was overleed mijn tante. Mijn wereld, die tot dan volmaakt was, was dat opeens niet meer. Ik zat bij mijn vader in de auto en vroeg waar mijn tante nu was. “Bij Jezus en daar heeft ze het heel goed”, antwoorde mijn vader. “Ik wil daar ook naar toe!” reageerde ik. “Dat kan”, zei mijn vader. Ik ben daar, terwijl mijn vader reed, op mijn knietjes gegaan en met mijn handjes gevouwen op de stoel heb heel bewust gezegd dat ik bij Jezus wilde horen. Op mijn dertiende heb ik die keus opnieuw gemaakt. Ik merkte dat er zonde tussen mij en God in stond en dat wilde ik niet. Een paar jaar later, ik was zeventien, werd ik op een ochtend wakker en merkte ik vanbinnen dat God wilde dat ik mij liet dopen. Het was een vertrouwde stem in mijn hart. God is altijd zo’n realiteit voor mij geweest dat dit normaal was voor me.’
 
Liefde
‘Ik kwam, vanwege mijn vader, die naast actief bij Navigators, later directeur van CBMC was, vaak op De Bron (nu Mooirivier) en ik heb altijd het gevoel gehad dat ik mijn man daar tegen zou komen. Op een van de CBMC-weekenden zei God tegen mij: “Je toekomstige man staat achter de bar.”. Ik dacht echt dat het mijn eigen gedachten waren, maar heb wel een drankje gehaald bij Stéphan. Voor mijn opleiding personeel en arbeid moest ik stagelopen, en daarvoor kwam ik op De Bron terecht. Stéphan was daar vrijwilliger voor een jaar, en hij wist nog wie ik was en wat ik had gedronken. Het was niet gelijk dikke mik, maar naarmate ik hem meer leerde kennen zag ik dat hij de speld in mijn hooiberg was. Lief, oprecht, humor, liefde voor God en veel potentieel.’
 
Kinderloos
‘Na ons huwelijk werd het snel duidelijk dat we geen kinderen konden krijgen. Dat was een klap, al voelde ik dat in het begin nog niet zo, omdat je dan nog in de roes van het net getrouwd zijn zit. Later, als je vrienden kinderen krijgen, en iedereen om je heen wel zwanger lijkt te zijn, gaat dat echt spelen. Blij zijn voor die ander, maar zo verdrietig om het eigen gemis. Mijn proces was echt heel anders dan Stéphan. Hij heeft een heftige emotie met God samen gehad en toen was het klaar en kon hij het loslaten. Bij mij duurde dat echt jaren. Op een bepaald moment heb ik de vraag bij God gelegd. Niet het waarom, want dat bracht me verder van God vandaan, maar het hoe nu verder. Ik zocht Hem in deze situatie om samen met Hem hierin verder te komen. En God sprak, Hij zei: “Margé, wat is mijn koninkrijk, onderzoek dat”. Matteüs vertelt veel over het Koninkrijk en daar las ik onder andere hoe Gods hart uitgaat naar weduwen en wezen, en ook dat wie een kind (wees) in zijn naam ontvangt, Hem ontvangt.  Wij moesten zijn Koninkrijk zoeken door onze kinderloosheid heen en ons richten op wezen. We zijn ons daarna uiteindelijk gaan richten op pleegzorg voor kinderen die bij ons mochten blijven. Al met al hebben we zes jaar gewacht op een kindje.’
 
Het lange wachten
‘Ik had mijn werkgever de situatie uitgelegd en verteld dat ik wilde stoppen met werken als er een kindje kwam, om zo het kind alle ruimte en kans te geven om te wennen en te hechten. Na een poosje was er een baby’tje dat bij ons geplaatst kon worden. Het was voor 99% zeker, en de spulletjes voor de babykamer en de baby moesten snel aangeschaft worden, zodat we het direct konden opvangen. Ik had twijfels of het door zou gaan. En op het laatste moment ging het niet door. De babykamer was klaar, alles was ingericht, mijn baan had ik opgezegd, maar de baby kwam niet. Dat was een heftige en verdrietige tijd. Ik had dit kindje al helemaal toegelaten in mijn hart. Wat deed dat pijn. Toch moest ik echt heel bewust afscheid nemen. Natuurlijk had ik de deur van de babykamer kunnen sluiten, maar ik koos er bewust voor om die deur open te laten, want anders zou ik mezelf niet toestaan hierover te rouwen. Ik wilde dit rouwproces samen met God doen. Na veel tranen en verdriet stond ik daar en vroeg: “Heer, alles is er, wat voor kindje komt hier nu te liggen?” Toen zei God: “Er komt een iets ouder jongetje te liggen”. Het duurde nog negen maanden voordat hèt telefoontje kwam. Omdat het zolang duurde vroeg ik aan God of ik weer moest solliciteren. Hij zei: “Wacht nog maar een dag”. De volgende dag werd onze zoon aan ons voorgesteld.’
 
Boos
‘Jawel, ik ben wel boos geweest op God, maar vooral over het lijden wat Hij toestond. Ik had daar geen zin in. Nu ben ik daar zo dankbaar voor. Ik heb God zelf hierdoor beter leren kennen. Gods aanwezigheid is zo groot in dat lijden. Ik leerde zijn karakter kennen, zijn persoonlijkheid. En door dit lijden maakte Hij ons klaar om ons te gebruiken om er echt te zijn voor onze kinderen. Hij heelt, dat mocht ik ervaren en Hij heelt onze kinderen door ons heen.  
Boos zijn is niet erg, geef ruimte aan je verdriet, ook binnen je huwelijk. De een rouwt anders dan de ander, accepteer dat van elkaar. Blijf met God en met elkaar in gesprek over wat het met je doet en ga de emoties niet uit de weg. God keert om! Hij kan er diepe vrede in geven. Hij maakt rouw tot vreugde. Daarvan ben ik zeker!’
 
Interview en foto: Marieke Boersma-Lensen