Headline

< terug

Een stralende peuter met prachtige rode krullen huppelt de kamer in. Hij legt meteen contact. Fabian (3), innemend, ondernemend en zo op het oog net als andere peuters. Er is één verschil, Fabian is doof.
 
Wicher en Anna Schuurman ontmoeten elkaar tijdens het Navigators zomerkamp. Het klikt. Beiden komen uit muzikale gezinnen waar geloof een belangrijke rol speelt. In 2012 geven ze elkaar het ja-woord. Anna wilde graag zwanger worden, maar Wicher had daarvoor nog wat tijd nodig. Anna: ‘Terwijl ik wachtte tot we er samen klaar voor waren, verwachtten koppels om ons heen al wel een kindje. Drie van hen kregen een kindje waar iets mee was, een kindje overleed zelfs. Ik zag wat de risico’s waren en dacht wil ik dit wel? Maar ik besefte dat ik dit liever wilde dan het risico vermijden op verdriet en kinderloos blijven. Na anderhalf jaar werd Fabian geboren en wat waren we blij.’

Wicher: ‘De GGD komt bij pasgeborenen al snel een gehoortest doen. De eerste was niet goed. Dan denk je nog, ach het komt wel goed. Maar ook de tweede en de derde test waren niet goed. Dan moet je naar het ziekenhuis waar ze diagnostisch onderzoek doen. Je weet daarna direct of het goed is of niet. Het was niet goed. Fabian bleek slechthorend, dat zou niet overgaan en grote impact hebben op ons en zijn leven.’

Anna: ‘Later bleek dat Fabian een progressieve aandoening heeft waardoor hij helemaal doof wordt. Hij had eerst gehoorapparaatjes, maar inmiddels is hij aan één oor doof geworden en heeft hij daar een CI-implantaat gekregen zodat hij toch iets kan ‘horen’ en goed leert spreken. Dat ‘horen’ is uiteraard wel heel anders dan bij ons.’
 
Rollercoaster
Anna: ‘Het leven wordt een rollercoaster, alles is nieuw en er komt zoveel op je af. Je bent zo verdrietig. We hebben veel gepraat met familie en vrienden. Gelukkig kwam er ook snel allerlei hulp, vooral de Nederlandse Stichting voor het Doof-Slechthorende Kind  (NSDSK) heeft ons enorm geholpen met thuisbegeleiding en informatie. Na genetisch onderzoek bleken wij beiden drager te zijn van een recessief gen dat alleen in combinatie met elkaar dit resultaat geeft. Wij hebben daarom 25% kans op een doof kindje. Gelukkig hoorden we dit pas toen we al ver in het acceptatieproces waren en zwanger van Jessie (18 maanden) onze dochter. Haar gehoor is goed en daar moesten wij dan weer aan wennen :-).’
Wicher: ‘Ondertussen gingen wij een totaal nieuwe wereld in, de wereld van ouders van dove en slechthorende kinderen. We leren gebarentaal, wat echt een volwaardige taal is, en onderzoeken wat Fabian allemaal nodig heeft om goed te functioneren.’
 
Geloof
Wicher: ‘Ik denk niet dat dit veel met ons geloof heeft gedaan, maar dat het geloof iets met ons gedaan heeft. In het begin werd er veel om genezing gebeden, maar hij werd niet beter. We zijn daarmee gestopt, niet met bidden, maar wel met verwachten dat hij binnenkort geneest.
Dit alles heeft mij wel een groter perspectief op het leven gegeven. Het is niet zo dat het lijden je bespaard blijft als je gelooft. We leven in een gebroken wereld en dit is dat leven. Tegelijkertijd ontvangen we ook veel, een nieuwe taal en een nieuwe cultuur die we anders nooit hadden leren kennen en waar zoveel schoonheid in zit. Natuurlijk kost het ons iets maar het is niet zo eendimensionaal.’

Anna: ‘Er is geen bestaansrecht voor lijden te bedenken, al zijn er wel allerlei mooie keerzijdes, toch blijft het kapot en onverklaarbaar. Ik heb vaak gedacht: Was ik maar zelf doof. Waarom moet er verschil zijn tussen mij en mijn kind? Ik wil dat hij zich in mij kan herkennen. Maar ouderschap is overgave is aan God. Loslaten en in afhankelijkheid van Hem leven. Dit is zijn terrein, Hij weet hoe dingen in elkaar steken. Er mist iets, een puzzelstuk, maar dat stuk heeft Hij. We ervaren zijn nabijheid voortdurend in dit proces.‘ Wicher: ‘En ook al missen we hier puzzelstukjes, we kunnen het grote plaatje nog wel zien, dat is mooi. Wij kregen er zelfs puzzelstukjes bij: Er is als het ware een ‘buitenlander’ in ons gezin gekomen waarvan we nu de taal en cultuur leren. We moeten zelf een buitenlander worden om een thuis te kunnen zijn voor hem.’
 
Verhuizen
En dat ‘buitenlander worden’ heeft consequenties. Wicher: ‘We verhuizen van Amsterdam naar Groningen. Er is daar een grote dovengemeenschap en tweetalig dovenonderwijs (gebarentaal en gesproken Nederlands) tot en met de HAVO. De mogelijkheden voor Fabian zijn daar dus het grootst. Gebarentaal kost doven, anders dan gesproken taal, geen moeite. We willen dat Fabian op school kan profiteren van de ontspanning die gebarentaal biedt en daarnaast gesproken en geschreven Nederlands leert.’

Anna: ‘Deze stap is ook belangrijk voor zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. Elk kind leert namelijk van communicatie die hij waarneemt, juist als hij zelf niet meepraat. Bijvoorbeeld als iemand een grapje maakt of anderen een ruzie oplossen. Als je doof bent dan mis je veel van die situaties en heb je minder kansen om je sociaal-emotioneel te ontwikkelen. Maar zet je een doof kind in een omgeving waar gebarentaal gebruikt wordt, dan krijgt hij de communicatie in zijn omgeving toch mee en zal zijn sociaal-emotionele ontwikkeling veel beter gaan.’
Wicher: ‘Daarom dus de keus voor Groningen waar we hopen actief te kunnen worden in deze dovengemeenschap om Fabian daarin voor te gaan.’
 
Meer informatie over dit onderwerp en een interview met Anna en Wicher kun je vinden op www.doofgewoon.nl

Interview: Marieke Boersma-Lensen
Fotografie: @Mirjam van Klaarbergen Photography