Headline

< terug

Een maand geleden ging ik op een zondagochtend naar een openluchtdienst. Op de dag van het evenement had ik alleen totaal geen zin meer. Het was ‘zo’n week’. Heb jij dat ook wel eens? Al mijn to do’s pasten niet meer op het lijstje, mijn huis was een zooi en het voelde alsof ik al weken volledig achter de feiten aanliep. Ik besloot toch maar te gaan en wilde snel een lunch maken en dan weg, want ik was al aan de late kant. Ik trok de koelkast open en daar wachtte nog een leuke verrassing: leeg. Ik had de dag ervoor boodschappen willen doen, maar was er niet aan toegekomen. Het enige wat er nog stond, naast een pot augurken en een fles ketchup, was een half leeg bakje zalmsalade. Was die überhaupt nog wel goed? Even ruiken. Yes, het kan ermee door! Ik smeerde mijn broodjes en vertrok met frisse tegenzin naar de dienst.

Samen met een vriendin liep ik het veld op. Het was zo druk; de spreker was vanaf onze plek nog nét te zien. Hij begon zijn verhaal en ik luisterde ademloos. Ik had nog nooit zoiets meegemaakt; zijn boodschap was zo krachtig! Na wat voelde als een kwartier, keek ik op mijn telefoon: het was al 14:15! Ik wilde mijn broodje erbij pakken, maar dat voelde een beetje asociaal, dus ik wachtte geduldig terwijl mijn maag begon te knorren. Niet veel later werd de dienst stopgezet, het was nu echt tijd om te eten. Van het gesprek met mijn buren vingen we op dat zij dachten dat er een cateraar was in een tent verderop. ‘Relaxed’ dacht ik, kan ik die broodjes lekker in mijn tas laten zitten en genieten van de catering. Zou er friet zijn? Terwijl we zaten te wachten ontstond er rond de spreker wat tumult. Het ministry team stond om de spreker heen en ik zag één van hen gefrustreerd met zijn armen zwaaien. Na een tijdje bereikte het nieuws ook ons: Ze hadden gebeld en de cateraar had de verkeerde datum in zijn agenda staan: geen eten.

Ha, toch mooi dat ik lunch heb, maar, dan moet ik het eigenlijk wel met mijn vriendin delen. Of met de buren? Een stukje verderop zag ik een ouder stel op klapstoeltjes zitten. Misschien moest ik het aan hen geven? Zij zouden waarschijnlijk het eerst van hun stokje gaan. Net voorbij het oudere stel zag ik een groepje Syrische vluchtelingen. Ze zagen eruit alsof ze al dagen niet gegeten hadden; mijn broodjes waren waarschijnlijk een druppel op de gloeiende plaat voor hen. Hoe verder ik keek, hoe meer nood ik zag. Lamgeslagen bleef ik zitten. Het had toch geen zin: zoveel mensen die honger hebben en ik heb maar vijf broodjes. Dan toch zelf opeten? Het waren tenslotte mijn broodjes en ik had ook trek.

Toen ik in de richting van het ministry team keek, zag ik hoe gestrest ze waren. Opvallend genoeg leek de spreker ontzettend relaxed. Wat irritant zeg, had hij niet door dat dit echt een onhoudbare situatie is? Waarom is hij zo rustig? Zijn rust raakte me. Ergens voelde het zo onlogisch en tegelijk totaal niet. Misschien moest ik mijn lunch maar aan hem geven. Het voelde erg onzinnig en zelfs een beetje gênant. Ik met mijn rommelige huis, vaak rommelige leven en mijn paar broodjes met zalmsalade; had het nou echt zin om dat aan te bieden? Ik stond op en baande mijn weg door de menigte. Ik liep naar hem toe en toen ik voor hem stond, leek hij al precies te weten wie ik was en wat ik in mijn tas had. Ik pakte de broodjes en gaf ze aan hem. Een liefdevolle glimlach trok over zijn gezicht. En toen gebeurde er iets heel bijzonders …

(Naar Johannes 6: 5-14).