Headline

< terug

Herinner jij jouw eerste verliefdheid nog? Vlinders in je buik, nerveus, minder eetlust en niet kunnen slapen omdat je de hele tijd aan die persoon denkt? Mijn eerste ‘crush’ was een klasgenoot op de basisschool, laten we hem Tom noemen. En ik was niet de enige! Ongeveer 90% van de meiden uit mijn klas vonden hem meer dan leuk. Dagelijks liep ik te dromen van Tom en hoopte ik stiekem dat hij mij ook leuk vond ...

In die tijd, kondigde de juf tijdens een les aan dat we een soort quiz gingen doen. Eén persoon ging voor de klas staan en moest zoveel mogelijk goede antwoorden geven. Als je het verkeerde antwoord gaf, moest je iemand kiezen die het van je overnam. Toen mijn crush aan de beurt was en een verkeerd antwoord gaf, keken alle meiden hem vol spanning aan. Dit was het moment, hij moest nu iemand kiezen. Alle vingers schoten de lucht in, zo hoog omhoog als maar kon. Tien seconden keek hij lichtelijk vertwijfeld om zich heen. Misschien waren in mijn gedachten vooral mijn vlinders aan het woord, maar het voelde alsof alle meiden zeiden: ‘Kies mij omdat je mij de leukste vindt.’ Toen kwam het hoge woord eruit; ‘Ik kies Marlies.’ Wat een triomf!

Heerlijk toch hoe zulke dingetjes je als kind zo blij kunnen maken. Tegelijk realiseer ik me dat we dit allemaal, op verschillende manieren en in allerlei settingen, nog steeds doen. We zijn stiekem van binnen nog steeds een kind die de vinger in de lucht steekt en vraagt: ‘Zie je mij, ken je mij en vind je mij waardevol?’ Dat is niet iets geks of gênants, dit is hoe we zijn gemaakt. Deze behoefte aan verbinding, liefde en bevestiging heeft een hele mooie kant, maar ook één behoorlijk probleem.

Het mooie is dat God ons aan elkaar gegeven heeft om als zijn lichaam steeds voor elkaar te blijven kiezen, het leven te delen en SAMEN de veelkleurigheid van God te vertegenwoordigen. Soms vind ik de kerk in al z’n soorten en maten ontzettend ingewikkeld, maar ik geloof dat Hij ons in het schuren en botsen, slijpt naar een mooier beeld van Jezus.

Helaas is er tegelijk ook één groter probleem met het ‘opsteken van je vinger’. Zoals C.S. Lewis omschrijft: ‘If we find ourselves with a desire that nothing in this world can satisfy, the most probable explanation is that we were made for another world.’
Want wat is het een feestje wanneer iemand waar je smoor op bent, je kiest voor de quiz, maar wat een teleurstelling als hij vervolgens op het schoolplein iemand anders kiest om mee te knikkeren. Op elke plek waar ik mijn vinger in de lucht steek en in relatie sta met anderen, zijn er triomfen, maar ook teleurstellingen. Ja, we hebben elkaar nodig, maar een ander kan mij nooit helemaal geven wat ik nodig heb. Gelukkig is er één uitzondering op deze regel. Daarvoor moeten we samen een reisje maken naar die andere wereld waar C.S. Lewis over spreekt, waarvan gelukkig ook een afspiegeling op onze planeet vindbaar is.

Beeld je even samen met mij in dat we jouw oude klaslokaal inlopen. Waarschijnlijk herinner jij je nog wel hoe dat er uitzag. Zie eens voor je dat jij in de klas zit en iedereen bij wie je ooit maar een beetje in de stilte ‘je vinger hebt opgestoken’, staat voor de klas. Wie zijn dit voor jou? Familie, vrienden, collega’s, klasgenoten?

Plotseling vliegt de deur van het lokaal met een keiharde klap open! De ruimte vult zich met prachtige kleuren en een blinkend helder licht. Daar is Hij! Jezus, de ultieme Geliefde en crush, stapt het lokaal binnen. Hij staat voor de klas en kijkt je met een grote glimlach aan; Zijn ogen vol van trots en genegenheid. Hij strekt zijn armen naar je uit en zegt: ‘Ik kies jou!’
De enige vraag die blijft is: kies jij, steeds opnieuw, voor Hem? Steek je bij Hem je vinger op en mag Hij je vertellen wie je in Hem bent? Hij zal je altijd kiezen voor de quiz én voor het knikkeren!

Marlies Hoekman