Headline

< terug

We zitten in een identiteitscrisis. Wie ik met ‘we’ bedoel, vraag je je misschien af. Ja, en die vraag is nou net moeilijk te beantwoorden met zo’n identiteitscrisis.

Identiteit heeft te maken met relaties en onze relaties zijn verzwakt. We voelen ons niet langer meer verbonden aan een stam, niet aan een regio, zelfs niet meer met een land. In dit digitale tijdperk met een geglobaliseerde economie en sociale media zijn we met alles en iedereen verbonden, 24 uur per dag.
 
Dat is een luxe, maar het is ook eng. Want wie zijn ‘wij’ nou nog? Er zijn twee manieren waarop je kunt reageren: het idee omarmen dat we allemaal bij elkaar horen, één en hetzelfde zijn en verschillen niet willen zien. Of juist het verschil benadrukken, naar ‘de ander’ (die ene groep, dat andere land of volk) wijzen van wie je zo verschilt en je eigen identiteit afbakenen ten opzichte van die ander. Beide wegen zijn niet vruchtbaar.

Jezus eerste toespraak vond plaats op de plek waar Hij vandaan kwam: Nazareth. Hij opent de boekrol in de synagoge en leest voor uit Jesaja 61: ‘Ik ben gekomen om goed nieuws te brengen aan armen, bevrijding voor gevangen, etc.’ Het is een bekende tekst, een soort lijfspreuk van de identiteit van de joodse religie. Maar Jezus skipt de laatste zin: ‘Een dag van wraak van onze God.’ Dit doet Hij bewust. Nadat Hij de boekrol gesloten heeft, daagt Hij zijn publiek uit: ‘Ging profeet Elia in tijden van hongersnood niet naar een weduwe ver weg in Sarepta? En genas profeet Elisa niet Naäman, de generaal van de Syriërs?’ Jezus komt aan de identiteit van de luisteraars. Het wordt Hem niet in dank afgenomen en ze proberen Hem een ravijn in te gooien. 

Er is veel dat onze identiteit raakt vandaag.


Als mensen vandaag protesteren tegen politiegeweld naar zwarte mensen en de leuze ‘Black Lives Matter’ gebruiken, is een impulsieve reactie van anderen: ‘Ja, maar moet het niet ‘all lives matter’ zijn,’ goed bedoeld, maar het doet geen recht aan de onderdrukking van een concrete groep. Jezus benoemde concreet gemarginaliseerde groepen en zag de verschillen in ongelijkheid: ‘Zalig de armen …’

Er wordt weleens gezegd dat we vooral onze joods-christelijke identiteit met hand en tand moeten beschermen. Ik denk dat ik het er mee eens ben. Maar volgens mij kan het niets anders betekenen dan dat we gastvrijer worden en de grenzen niet sluiten. Dat is waar joodse profeten en Jezus toe opriepen.

Jezus daagt ons uit onze identiteit niet af te bakenen ten koste van of ondanks ‘de ander’, maar altijd vóór die ander. Leve de identiteitscrisis!

Tekst: Daan Savert