Headline

< terug

Hij is misschien wel iemand van twaalf ‘ambachten’, maar niet van dertien ongelukken. Zijn ‘ambachten’ leiden hem wel naar de plek waar hij moest zijn. Via elektrotechniek, detailhandel en verpleging ontdekte hij namelijk dat hij een mensenmens is. Hij deed de bijbelschool, hbo-theologie, en besloot zijn studie vervolgens met een universitaire opleiding Theologie. De studenten op De Wittenberg, waar hij lesgaf, maakten hem opmerkzaam op Navigators, en dat bleek een goed advies. Maar er was meer, vlak voordat hij op de Wittenberg zou beginnen kwam het leven van Jan-Willem Dekker totaal op de kop te staan.
 
‘Mijn uren op de Wittenberg werden minder omdat het aantal studenten terugliep. Ik moest iets nieuws vinden. Het liefst werk ik met studenten. Ze zijn dynamisch, fris en staan open voor coaching. Navigators leek de juiste keus.’
Jan-Willem solliciteerde en het klikte. Hij mocht de bediening oppakken die ooit gestart was door Bernard Terlouw, namelijk het geven van extra aandacht aan ‘de binnenkant’ van de theologische student.
‘Dat vind ik geweldig’, vertelt Jan-Willem, ‘Theologie studenten krijgen zoveel academische en intellectuele informatie te verwerken, dat heeft impact. Wat doet al die informatie met je aan de binnenkant. Komt je geloof onder druk te staan? Komt er twijfel? Tijdens die opleiding ontstaan er veel vragen, zoals over de herkomst van de Bijbel bijvoorbeeld. Het kan dan moeilijk worden om nog onbevangen te lezen. Wat gebeurt er dan met jou als gelovige? Daarover gaan we in gesprek. Het is de bedoeling met groepen te beginnen en van daaruit, als de contacten ontstaan, individueel. Juist het hebben van die persoonlijke contacten vind ik zo sterk bij Navigators. In een persoonlijke relatie is er veiligheid om de echte vragen te stellen. Kun je bijvoorbeeld als theologiestudent zeggen dat je je geloof kwijtraakt?  Het is mooi om dan met ze in gesprek te gaan over wat er is gebeurd, welke vragen er zijn en zo met ze mee te lopen.’
 
Tinnitus

Terwijl Jan-Willem anderen coacht is zijn eigen leven niet makkelijk. Van de ene op de andere dag krijgt hij ernstige tinnitus.
‘In dezelfde week dat ik was aangenomen op De Wittenberg ontstond het lawaai in mijn hoofd en ik ging compleet onderuit. Het was zo vernietigend. Ik kon er niet mee leven. Ik kon er niet van slapen, raakte in paniek. In die beginfase heb ik regelmatig de neiging gehad om de auto te pakken en tegen een boom te rijden. Uiteindelijk kreeg ik antidepressiva om me te helpen.’
Al snel hoort Jan-Willem dat er niets aan te doen is. ‘Dan denk je dat je als gelovige in het voordeel bent. De medische wereld stopt, maar voor een gelovige is er meer. We baden veel voor genezing, maar het ging niet weg. Dan komen er mensen die zeggen: er is zonde in je leven, of je geloof is te klein. Dat kwam zo hard aan, het is dus ook nog mijn eigen schuld. Vervolgens beland je in de sfeer van: dan heeft God er vast een bedoeling mee. Maar de wanhoop groeide.’
 
Teleurstelling
‘Ik was teleurgesteld in God. Hoe kan een ziekte je zo overweldigen dat je niet meer verder kunt. In die eerste drie jaren heb ik veel met God geworsteld. Eerst denk je nog, ik heb niet op het ‘juiste knopje’ gedrukt. Je bidt, krijgt ziekenzalving, handoplegging, je vast …. Je drukt op ‘alle knopjes’. Als je ze allemaal hebt gehad en het is nog niet weg, dan moet je dat lijden een plek geven. Er is geen succesverhaal te vertellen, maar het is wel het echte leven. Ik ontdekte hoe bevrijdend het is als er ruimte is om te worstelen met God. Ik herkende het in de klaagliederen en de psalmen. Je kunt ondanks lijden in je persoonlijk leven toch geloven: zalig zij die niet genezen en toch geloven! Ik vond in de Bijbel meer ruimte om te worstelen dan bij medechristenen.
Het is alsof je onderop de wipwap zit. Mensen gaan vaak bovenop zitten, om tegenwicht te bieden aan jouw lijden, met opmerkingen als: gelukkig is God altijd bij je. Meestal willen ze je zo snel mogelijk uit dat dal halen.
Er waren er ook een paar die naast me gingen zitten en vroegen: hoe is het nu om aan de onderkant te zijn. Dat hielp enorm. Ze zeiden ik hoef jouw lijden niet op te lossen, maar ik kom even naast je in het lijden zitten. Vertel me maar over je verdriet en waarmee je worstelt. Dat troost, dat is goud waard, iemand die meedraagt. Toen ik niet meer kon bidden, namen anderen mijn gebed over. Toen ik dacht dat ik God niet meer kon vasthouden, ontdekte ik dat God mij vasthield. Dat is mooi in alles wat niet mooi is. En dat is een van de dingen die ik met theologiestudenten wil doen, zeggen: hier ben ik, ik laat mijn antwoorden even voor wat ze zijn. Er is ruimte voor jouw verdriet, voordat je aan antwoorden toe bent. Dat is wat Jezus deed. Hij stond naast ons en voelde wat het is om mens te zijn.
Toch gaat het in mijn bediening niet alleen om studenten die worstelen. Ik geniet evenzeer van studenten waar het goed mee gaat en die verlangen naar meer van God, van Jezus. Ik wil ze helpen om naast theoloog ook leerling te blijven.’
 
Hoe verder
‘De tinnitus bleef, maar ik ontdekte dat hoe meer ik me ertegen verzette hoe erger het werd. Ik moest leren om er geen aandacht aan te besteden. Dat is lastig, maar er kwamen hulpmiddelen. Speciale oortjes waarmee je kunt slapen om muziek te luisteren, en een gehoorapparaatje met een ruismasker, zodat het nare geluid wordt gemaskeerd. Ontspannen is moeilijk, omdat het geluid dan op volle sterkte gaat. Toch heb ik door de jaren heen weer leren genieten en ik geniet nu zelfs meer dan vroeger. Dat is inclusief mijn open geloofsvragen!’
 

Interview en foto: Marieke Boersma-Lensen

Stilteweekenden

God ontmoeten en bij Hem tot rust komen - bezoek ons stilteweekenden
lees meer