Headline

< terug

Een pasklaar antwoord, op een briefje van God, moet ik wel of niet naar Lesbos om vluchtelingen te helpen? Dat was wat Hester Roos zo graag wilde, maar niet kreeg. Ze moest zelf een moeilijk besluit nemen …
 
Het studentenleven loopt op zijn einde en Hester worstelt met vragen over haar toekomst. Wat ga ik doen? Een baan zoeken? Reizen? In haar tijd bij Navigators Wageningen komt ze erachter dat ze dolgraag van betekenis wil zijn voor mensen om haar heen. Maar hoe? Hester: ‘Het woordje ’noodhulp’ bleef maar door mijn hoofd spoken. Een paar maanden geleden volgde ik een noodhulptraining van Operation Mercy. Daar leerde ik in een week zoveel over de noodhulp, de organisatie daaromheen en hoe je moet handelen. Via de sociale netwerken volgde ik een aantal projecten, en dat, gecombineerd met de beelden van duizenden vluchtelingen die Europa binnenkwamen, raakte me. Dat was de plek waar ik wilde helpen.’
Hester neemt contact op met een organisatie die mensen zoekt voor noodhulp onder vluchtelingen op het Griekse eiland Lesbos. Ze wil het liefst een maand aan de slag, maar de organisatie zoekt mensen voor langere termijn: ‘Daar moest ik wel even over nadenken. Daarom boden zij mij aan om een paar dagen te komen kijken op Lesbos, het team te ontmoeten en zo even echt mee te draaien.’

Worsteling
De tijd op Lesbos valt Hester vies tegen: ‘Ik had een hoge pet op van de mensen die daar werkten. Ik zag ze als grote voorbeelden in het praktisch bezig zijn met je geloof. Daardoor voelde ik mij erg onzeker, kan ik dit wel? Eigenlijk voelde het als een aanval: hier pas ik niet tussen, dit kan ik nooit. Het team was hecht en op elkaar ingespeeld. Dat schrok mij af. Ik als introvert persoon tussen al die extraverte mensen, daar pas ik niet tussen.’
Ze zit al met haar hoofd in Nederland als op de laatste dag een Amerikaanse vrouw tijdens de kerkdienst vraagt of ze voor haar mag bidden. Zij bidt precies voor de dingen waar Hester mee worstelt. Toch blijft de twijfel aanwezig. ‘Ik bleef wachten op een teken van God, ik wilde gewoon zeker zijn, moet ik gaan of niet? Maar dat teken kwam niet. Op dat moment realiseerde ik me dat God wil dat je zelf verantwoordelijkheid neemt in je leven, en je zo’n keus zelf mag maken. Je hoeft niet steeds passief op God te wachten.’
Hester besluit om voor vier maanden naar Lesbos te gaan. In de vluchtelingenkampen deelt ze voedsel en kleding uit. Ze speelt met kinderen en praat met vluchtelingen: ‘We konden doelgericht over God praten. Het grote deel van de mensen is moslim, maar dachten na over de betekenis van de islam in hun leven. Dat was voor ons het moment om over God te beginnen.’
 
Loslaten
Als ze na vier maanden weer thuiskomt is het loslaten van de verhalen en mensen op Lesbos moeilijk. Maar Hester leert via de oefening van ‘het bootje’ om los te laten: ‘We leven allemaal in een bootje, je leeft je leven en Jezus vaart met je mee. Op een gegeven moment kom je langs een ander bootje en je ziet dat iemand hulp nodig heeft, je stapt even in zijn bootje en luistert naar zijn verhaal. Je leeft mee. Dan komt er een punt dat ieder weer zijn eigen weg gaat en je afscheid moet nemen. Je stapt in je eigen bootje, maar weet dat God altijd bij die ander is. Zo kun je het makkelijker teruggeven aan God. Door te blijven bidden voor die persoon, blijf je met hem verbonden, maar hij is in Gods handen.’
 
Mens
Een belangrijke les die Hester heeft geleerd is dat de mensen die zij heeft ontmoet, voor haar geen vluchtelingen zijn: ‘Het zijn mensen, het zijn je naasten. En hoe ga jij om met die naaste. Het maakt echt niet uit of het een ‘vluchteling’ is of je buurvrouw. Ik hoop dat meer studenten open gaan staan voor de mensen om hen heen, wees een vriend en zie hen aan als mensen die mogelijk je vrienden kunnen worden.’ 
 
Interview en foto: Anne Grijzenhout